Met de nieuwe dienstregeling sluit de stadsbus nog steeds rot aan op de streekbus. Op een koude avond sta ik weer eens te wachten. Naast me onder de abri staat op gepaste afstand een vrouw op haar telefoon te kijken. Ze wordt aangesproken door een man die komt aanlopen. Ze spreekt Engels, hij hangt een ingewikkeld verhaal aan haar op. Ik houd me afzijdig. Zij kan hem niet helpen en hij komt nu bij mij: de benzinemeter van zijn auto blijkt defect en nu moet hij een jerrycan kopen maar hij heeft niets op zak en hij wilde zijn telefoon al als onderpand geven bij de pomp maar ze weigerden en nu heeft hij € 8,75 nodig voor een jerrycan en kan ik alsjeblieft helpen.
‘Lulkoek’ is het eerste wat ik denk. Maar er is een minimale kans dat de man echt in nood zit. Ik denk terug aan een paar weken geleden, toen ik ook op de bus stond te wachten en door een meisje werd benaderd. Haar vader zou haar daar ophalen en ze stond al heel lang te wachten en haar telefoon was uitgegaan en of ze even met die van mij mocht bellen. ‘Wat een raar verhaal’ dacht ik toen ook. Ik antwoordde “nou, ik heb alleen een prepaid, dus liever niet als je het niet erg vindt”. ‘Overal staan mensen bij andere haltes, die vast allemaal een abonnement hebben’, dacht ik erbij. En ja, weet ik veel wat ze met mijn telefoon gaat doen. Er kwam een bus aanrijden, de chauffeur stapte uit om een sigaretje te roken. Van hem mocht ze wel bellen. “Waar blijf je nou! … Mijn telefoon is uitgegaan! … Nee ik doe niet rustig! … Omdat ik niemand kon vinden met een telefoon!” huilde ze met overslaande stem in de mobiel van de buschauffeur.
Daar denk ik aan bij deze man, die met zijn radeloze verhaal om € 8,75 vraagt voor een jerrycan benzine. Ik geef hem een tientje. Hij zakt bijna door zijn knieën van opluchting. “Ik betaal je terug!” belooft hij, en hij pakt zijn telefoon. “Wat is je nummer, dan bel ik je, dan heb jij mijn nummer en kun je in een berichtje doorgeven waarnaar ik het moet overmaken”. We regelen het, hij bedankt me nogmaals uit de grond van zijn hart en beent weg met mijn tientje.
De buitenlandse vrouw en ik kijken elkaar aan. “Even if it is fake, it’s only ten euro”, geef ik als verklaring. “I really didn’t have the money” antwoordt ze en ze laat me het beetje kleingeld in haar portemonnee zien. We praten even verder, zij kwam uit dezelfde stadsbus en moet nu dezelfde streekbus hebben als ik. We klagen wat over hoe slecht het aansluit. De abri druppelt ondertussen vol met reizigers. Eindelijk komt onze bus eraan, ‘999 geen dienst’ staat erop, maar de tijd klopt en inderdaad is het de goede. De vrouw lijkt niet te beseffen dat dit onze bus is. Ik loop terug om haar erop te wijzen dat ze in moet stappen. “But it says 999?” zegt ze in verwarring terwijl ze achter me aan komt. Het computersysteem van de bus is stuk, het nummer kan niet gewijzigd, legt de chauffeur uit. En, gelukje voor ons, we kunnen ook niet inchecken en mogen gratis mee. De volgende dag heb ik toevallig diezelfde bus weer, en zo heb ik instant het tientje er al bijna uit.
Ik twijfel of ik de man zal sms'en. Het voelt als een blijk van wantrouwen om het niet te doen. Ik krijg geen reactie en er verschijnt ook geen tien euro op mijn bankrekening. Eigenlijk wist ik dit wel, toch ben ik blij dat ik hem dat tientje gegeven heb: omdat ik erdoor met die vrouw in gesprek raakte, zodat ik haar kon waarschuwen, zodat ze niet nog eens een half uur hoefde te wachten. En omdat rare verhalen soms waar zijn en ik zou willen dat ik geloofd zou worden, als ik in nood verkeerde en alleen zou zijn en hulp nodig zou hebben. Laten we elkaar niet als enge vreemden beschouwen, maar laten we er voor elkaar zijn, elkaar het voordeel van de twijfel gunnen, en onze medemenselijkheid blijven koesteren. Ik wens jullie alle goeds voor 2018.
zaterdag 16 december 2017
vrijdag 26 mei 2017
De sint-jacobsvlinder in het labyrint
Hemelvaartsdag, kwart over acht ‘s ochtends. Met de dauw op mijn ogen fiets ik naar Bloemendaal aan zee, naar het Eindpunt. Drie keer eerder liep ik een labyrint: een keer in de Grote Kerk, een keer bij Dé Plek (beide een pop-up labyrint tijdens de Geluksroute Haarlem) en een keer bij de Vlierhof in Kleve, Duitsland, waar een prachtig labyrint gemaakt is met kruiden, heesters en andere planten. Dit wordt de eerste keer dat ik op het strand een labyrint ga lopen.
De zon straalt, er staat een fris briesje, de eerste badgasten installeren zich op hun strandbedjes. Ik stel me voor aan organisator Joke en aan de andere deelnemers. Joke heeft bamboe stokken en een touw met lussen op elke 60 cm. Ik houd in het midden een stok in het zand gepind, terwijl twee anderen elk een stok door een lus steken, de draad strak trekken en zij aan zij achteruitlopend de paden van het labyrint rondom in het zand krassen. We maken dit keer het labyrint van Chartres, dezelfde grondvorm als die in de Vlierhof. De bochten worden ingetekend en we versieren het labyrint met schelpen, drijfhout en wat we nog meer vinden. Iedereen speelt eraan mee. Ik zoek in de branding naar een mooi schelpje en vind een verdronken sint-jacobsvlinder. Die leg ik in het midden van het labyrint.
Als we vinden dat het klaar is, geeft Joke uitleg over het labyrint: in tegenstelling tot een doolhof is er maar één weg naar binnen, en je gaat dezelfde weg terug eruit. Je kunt het lopen op de manier die je zelf wilt, alles mag. De eersten lopen het labyrint in. Het verrast me dat hun looptempo niet sereen meditatief traag is, maar van een gewone wandelsnelheid. “We hebben het labyrint ook wel eens rennend gedaan,” vertelt een deelnemer, “dan moet je wel goed opletten in de bochten.” Wat bevrijdend! Ik besluit het ook eens te proberen; niet rennend, maar in mijn normale tempo.
Ik heb oog voor wat ik allemaal tegenkom op het pad, in plaats van diep in mezelf te zinken. Mijn blik valt op een zaagje (een bepaalde schelp), die neem ik mee. Verderop ligt midden op het pad een glinsterende, transparante kwal. Ik kom langs een grote zwarte schelp, en in een volgende cirkel langs een wit veertje. Halverwege laat ik in een opwelling het zaagje achter op het pad. Hier op het strand is het een volstrekt andere beleving dan bij de andere drie labyrinten die ik liep. Ik voel geen moeheid, geen tranen, geen ongeduld, het is fijn om in mijn natuurlijke tempo te lopen. Af en toe raak ik afgeleid door iets wat elders op het strand gebeurt en dan wankel ik. Wel focus blijven houden op mijn pad! Ik pak een ander zaagje op en dat neem ik mee naar het centrum.
Eerder dan verwacht kom ik daar aan. Ik bewonder het schelpenpatroon, maar waar is nou mijn vlinder? Dan zie ik een deelnemer op de terugweg uit het labyrint met haar handen koesterend in een kommetje gevouwen. Alles komt en gaat. Ik wil ook iets meenemen uit het labyrint. Ik zie een dichte mossel, die zal ik naar zee terug brengen. Een klein wit schelpje kan ik ook niet laten liggen. Ik heb twee dingen ingebracht, dan mag ik er twee uit halen, zo redeneer ik. Op de terugweg leg ik het witte schelpje naast de grote zwarte schelp. Als ik de mossel later zachtjes in het water laat zakken, gaan de kleppen een beetje open.
Na afloop drinken we samen koffie en thee, sommigen bestellen taart erbij. We praten gezellig na. Ik schrijf steekwoorden in mijn boekje. Joke pakt ook haar schrijfboek erbij. Ze vraagt ons allemaal om een woord. Ik kom op ‘laid back nieuwsgierig’. Het thema van deze week is ‘erkenning’, hoor ik. Dat vormt het eerste woord van het gedicht van al onze woorden bij elkaar. We bestellen nog een rondje. De zon brandt, muziek klinkt over het terras. Beneden huppelen kinderen door het achtergelaten labyrint.
Joke begeleidt in de zomer wekelijks een labyrint op het strand van Bloemendaal.
Bamboe krast lijnen
in het zand, een lichtvoetig
labyrint aan zee
in het zand, een lichtvoetig
labyrint aan zee
De zon straalt, er staat een fris briesje, de eerste badgasten installeren zich op hun strandbedjes. Ik stel me voor aan organisator Joke en aan de andere deelnemers. Joke heeft bamboe stokken en een touw met lussen op elke 60 cm. Ik houd in het midden een stok in het zand gepind, terwijl twee anderen elk een stok door een lus steken, de draad strak trekken en zij aan zij achteruitlopend de paden van het labyrint rondom in het zand krassen. We maken dit keer het labyrint van Chartres, dezelfde grondvorm als die in de Vlierhof. De bochten worden ingetekend en we versieren het labyrint met schelpen, drijfhout en wat we nog meer vinden. Iedereen speelt eraan mee. Ik zoek in de branding naar een mooi schelpje en vind een verdronken sint-jacobsvlinder. Die leg ik in het midden van het labyrint.
![]() |
| [ Tekenen. Foto: deelnemer ] |
![]() |
| [ Sint-jacobsvlinder ] |
![]() |
| [ Lopen. Foto: deelnemer ] |
Op blote voeten
Zand en water, zon en wind
Mijn pad vol bochten
Zand en water, zon en wind
Mijn pad vol bochten
Na afloop drinken we samen koffie en thee, sommigen bestellen taart erbij. We praten gezellig na. Ik schrijf steekwoorden in mijn boekje. Joke pakt ook haar schrijfboek erbij. Ze vraagt ons allemaal om een woord. Ik kom op ‘laid back nieuwsgierig’. Het thema van deze week is ‘erkenning’, hoor ik. Dat vormt het eerste woord van het gedicht van al onze woorden bij elkaar. We bestellen nog een rondje. De zon brandt, muziek klinkt over het terras. Beneden huppelen kinderen door het achtergelaten labyrint.
Joke begeleidt in de zomer wekelijks een labyrint op het strand van Bloemendaal.
donderdag 16 februari 2017
Mijn Geluksroute Haarlem 2017: shiatsu!
Twee volle dagen shiatsu geven: dat was mijn Geluksroute dit jaar. En het was geweldig! Samen met Jaap, en op zondag ook met Petra, gaf ik bij HOF20 aan de lopende band korte behandelingen op de tatamimat of op de speciale stoel. Ook gaven we twee keer een workshop ‘Leer zelf shiatsu geven’.
Het zag er even naar uit dat voor mij de pret niet door zou gaan: vlak van tevoren werd ik snotverkouden. Als een dweil liep ik op zaterdag bij HOF20 naar binnen. Medegeluksbrenger Laura Freling werd mijn redding. Zij gaf mij Reiki, met haar handen op mijn schouders, op mijn hoofd, boven mijn hoofd. Binnen een paar minuten voelde ik alles van me afglijden en kwamen er een lichtheid en ontspanning over me. Ik heb me de hele dag fit gevoeld. Dat was nodig ook, zo veel animo als er was voor onze shiatsubehandelingen! Ook onze workshop zat vol.
Wat een feest om al die mensen te laten ervaren waar ik zelf zo gelukkig van word. Dat is zowel het ontvangen van shiatsu als het geven. Shiatsu is Japanse drukpuntmassage. Het vraagt geen spierkracht om mee te werken, je maakt gebruik van de zwaartekracht. Je geeft ook niet je eigen energie weg, door de druk en strekking bied je de energie van de ander gelegenheid om door te stromen. Het aardige is dat je in je eigen lijf kunt voelen wat je doet: als je goed zit, voelt het prettig en blijmakend. Bij shiatsu geldt dat geluk brengen ook geluk ontvangen is.
Op dag twee van de Geluksroute had ik wel wat opstarttijd nodig. Ik word dan wel niet heel moe van shiatsu geven, alle sensatie en uitwisseling van dag één waren behoorlijk intensief voor me. Gelukkig hadden de geluksplukkers op zondag ook wat opstarttijd nodig, en kon ik in alle rust met een kopje thee en wat oefeningen Qi Gong tot mezelf komen, daar op de zolder van HOF20. Zo zie je maar weer hoe de Geluksroute werkt: alles gaat zoals het moet gaan, je kunt het in vertrouwen laten gebeuren.
Doordat we zondag met ons drieën waren voelde ik de ruimte om mee te doen met de workshop ‘Mag ik ook mild voor mezelf zijn?’ van Titia Bakker. Ik heb in de afgelopen paar jaar hardhandig moeten leren vooral goed voor mezelf te zorgen. Nu ik steeds vitaler word sluipt de neiging tot doordouwen er weer in. Ik wil zo veel en het gaat zo langzaam! En ik blijf onzeker of ik echt moe ben of dat ik alleen gewend ben geraakt aan het idee van moe zijn. Met als gevolg dat ik het pas geloof als ik me weer eens flink overbelast heb. In de workshop leidde Titia ons door een visualisatie: “Vanuit een veilige plek in je gedachten komt er een wijze vrouw op je toe lopen”. Ik zag haar niet, dat wil zeggen, ik zag een oudere vrouw van een reclameplaatje, die wilde ik niet. Mijn zus? Nee. Mijn eigen spiegelbeeld dan? Ook niet. Ik liet het idee van een vrouw los. Onmiddellijk verscheen mijn eigen trouwe gids – een oude Japanner – en zat ik op mijn bekende bergtop. “Maar je bent toch gewoon oké?” glimlachte mijn gids. “Ja, dat weet ik ook wel”, antwoordde ik welgemeend. Zo eenvoudig kan het zijn.
De workshop ‘Leer zelf shiatsu geven’ zat ook op zondag weer vol, en we gaven de rest van de middag nog vele behandelingen. Mijn verkoudheid was volledig naar de achtergrond verdwenen. Ik voelde me fantastisch! Daarna moest ik drie dagen bijkomen. Moe was nu echt moe, wist ik. Moe maar gelukkig.
De eerstvolgende introductiecursus shiatsu begint op 22 maart. Hierin leer je in vijf lessen zelf shiatsu geven. Wil je graag een behandeling shiatsu ontvangen? Jaap Storteboom is een ervaren en erkend shiatsutherapeut. Of je kiest voor een behandeling door een therapeut in opleiding, dat is bij mij of bij Petra.
Tot slot een impressie van de Geluksroute (met HOF20 vanaf minuut 2'28):
![]() |
| [ Stilte voor de storm ] |
Wat een feest om al die mensen te laten ervaren waar ik zelf zo gelukkig van word. Dat is zowel het ontvangen van shiatsu als het geven. Shiatsu is Japanse drukpuntmassage. Het vraagt geen spierkracht om mee te werken, je maakt gebruik van de zwaartekracht. Je geeft ook niet je eigen energie weg, door de druk en strekking bied je de energie van de ander gelegenheid om door te stromen. Het aardige is dat je in je eigen lijf kunt voelen wat je doet: als je goed zit, voelt het prettig en blijmakend. Bij shiatsu geldt dat geluk brengen ook geluk ontvangen is.
Op dag twee van de Geluksroute had ik wel wat opstarttijd nodig. Ik word dan wel niet heel moe van shiatsu geven, alle sensatie en uitwisseling van dag één waren behoorlijk intensief voor me. Gelukkig hadden de geluksplukkers op zondag ook wat opstarttijd nodig, en kon ik in alle rust met een kopje thee en wat oefeningen Qi Gong tot mezelf komen, daar op de zolder van HOF20. Zo zie je maar weer hoe de Geluksroute werkt: alles gaat zoals het moet gaan, je kunt het in vertrouwen laten gebeuren.
Luister NH Leeft Zondag 5 februari
(met video van de Free Hugs)
Deel 1:
11.11 intro Isabella
17.25 Marike in de ballenbak
34.44 Shiatsu bij mij in HOF20
51.33 Geluksdrankje bij HOF20
Deel 2:
18.17 Free Hugs met Rick Shamier
34.50 Energetische facelift van Raymon Donk
49.45 Complimentenloket
Wat ik ook in vertrouwen liet gebeuren was het interview voor Radio Noord-Holland. In het programma NH Leeft vlinderde verslaggeefster Isabella Prins door de Geluksroute Haarlem. Zo kwam ze bij mij op de mat terecht voor een live interview terwijl ze shiatsu van mij kreeg. Dat was nog niet eenvoudig, met haar koptelefoon op en kabels en zendapparaat om. Haar rug voelen met mijn handen en tegelijk denken om haar vraag te beantwoorden was ook een uitdaging. Ik was blij dat ik al wat radioervaring had van de vorige Geluksroute.(met video van de Free Hugs)
Deel 1:
11.11 intro Isabella
17.25 Marike in de ballenbak
34.44 Shiatsu bij mij in HOF20
51.33 Geluksdrankje bij HOF20
Deel 2:
18.17 Free Hugs met Rick Shamier
34.50 Energetische facelift van Raymon Donk
49.45 Complimentenloket
Doordat we zondag met ons drieën waren voelde ik de ruimte om mee te doen met de workshop ‘Mag ik ook mild voor mezelf zijn?’ van Titia Bakker. Ik heb in de afgelopen paar jaar hardhandig moeten leren vooral goed voor mezelf te zorgen. Nu ik steeds vitaler word sluipt de neiging tot doordouwen er weer in. Ik wil zo veel en het gaat zo langzaam! En ik blijf onzeker of ik echt moe ben of dat ik alleen gewend ben geraakt aan het idee van moe zijn. Met als gevolg dat ik het pas geloof als ik me weer eens flink overbelast heb. In de workshop leidde Titia ons door een visualisatie: “Vanuit een veilige plek in je gedachten komt er een wijze vrouw op je toe lopen”. Ik zag haar niet, dat wil zeggen, ik zag een oudere vrouw van een reclameplaatje, die wilde ik niet. Mijn zus? Nee. Mijn eigen spiegelbeeld dan? Ook niet. Ik liet het idee van een vrouw los. Onmiddellijk verscheen mijn eigen trouwe gids – een oude Japanner – en zat ik op mijn bekende bergtop. “Maar je bent toch gewoon oké?” glimlachte mijn gids. “Ja, dat weet ik ook wel”, antwoordde ik welgemeend. Zo eenvoudig kan het zijn.
De workshop ‘Leer zelf shiatsu geven’ zat ook op zondag weer vol, en we gaven de rest van de middag nog vele behandelingen. Mijn verkoudheid was volledig naar de achtergrond verdwenen. Ik voelde me fantastisch! Daarna moest ik drie dagen bijkomen. Moe was nu echt moe, wist ik. Moe maar gelukkig.
De eerstvolgende introductiecursus shiatsu begint op 22 maart. Hierin leer je in vijf lessen zelf shiatsu geven. Wil je graag een behandeling shiatsu ontvangen? Jaap Storteboom is een ervaren en erkend shiatsutherapeut. Of je kiest voor een behandeling door een therapeut in opleiding, dat is bij mij of bij Petra.
Tot slot een impressie van de Geluksroute (met HOF20 vanaf minuut 2'28):
woensdag 13 april 2016
Haiku-wandeling in Thijsse’s Hof
De haiku is een eeuwenoude Japanse dichtvorm die wortelt in het zenboeddhisme. Het is natuurpoëzie. De dichter noteert waardoor hij wordt getroffen, niet in lyrische termen maar sober, vanuit een besef van het goddelijk absolute achter de veranderlijke natuur.
Als je zelf een haiku-wandeling maakt hoef je dat natuurlijk niet zo serieus te nemen. Gebruik al je zintuigen, laat je raken en tel op je vingers; een haiku bestaat uit drie regels van in totaal zeventien lettergrepen: vijf lettergrepen op de eerste regel, zeven op de tweede regel en vijf op de derde. Idealiter spreekt uit een haiku welk seizoen het is, ofwel door het te benoemen, ofwel door te verwijzen naar een voor dat seizoen typerend verschijnsel, zoals sneeuw of narcissen. Wees specifiek, zoek naar contrasten of juist overeenkomsten in wat je hoort, ziet, ruikt, voelt. En bovenal: geniet.
Het is een van de eerste echt zonnige lentedagen. Onderweg naar Thijsse’s Hof knallen de forsythia’s me tegemoet. Ik zie paardenbloemen, speenkruid, dotters. Geel is blijkbaar de kleur van het voorjaar. De winterjasmijn is ondertussen uitgebloeid, de mahonie begint net. Een citroenvlinder komt voorbij. Zou ik hier iets mee kunnen voor een haiku? Iets met het verlangen naar de eveneens gele, zomerse wielewaal misschien? Ik let goed op al het geels onderweg, en zodra ik het ijzeren hek van Thijsse’s Hof door ben, been ik naar de vijver om op een bankje mijn gedachten op papier te zetten.
Windstil, blauwe lucht
met wolkjes als boodschappers:
twee vlinders, een hart
Het is zondags druk, alle bankjes zijn bezet. Naast het beeld van Thijsse zit een mijnheer in zijn eentje op een bank en ik vraag of ik erbij mag zitten. We raken meteen in gesprek, van schrijven komt voorlopig niets. Dat hoort ook bij zen: omstandigheden accepteren zoals ze zich voordoen en er volledig in aanwezig zijn. De mijnheer en ik spreken over jong en oud, hoe relatief dat is, over onze interesses, onze loopbanen, over de natuur.
Op zoek naar stilte
in gesprek met een vreemde,
onverwacht cadeau
Als hij verder loopt pak ik mijn schrijfboekje. Ik puzzel en puzzel, maar ik kan niets met het geel. Een meerkoet zwemt door de vijver, duikt regelmatig onder, brengt takjes en prut naar zijn nest verderop. Nu ik niet meer in gesprek ben merk ik hoe hard de vogels zingen: ik hoor merels, de fietspomp van de koolmees, een roodborstje en veel meer vogelzang die ik niet herken. Overal hoor je mensen praten, kinderen tetteren, buiten de Hof zoeven auto’s voorbij. Een paar citroenvlinders fladderen langs, een dagpauwoog, een kleine vos. De citroenvlinder heeft dezelfde kleur geel als de sleutelbloem, toch weer dat geel. Ik schrijf, kras door, herschrijf, tel de lettergrepen.
Oude rietpluimen
tussen de groene scheuten,
het water rimpelt
Uren vertoef ik op hetzelfde bankje, wat nou wandeling. Yneke, die vandaag de Hof beheert, komt me gedag zeggen. Ik loop met haar mee naar de egelantier. Ze laat me de jonge blaadjes ruiken. Ik wist niet eens dat die blaadjes ergens naar roken. Maar waarnaar? “Zure appelen,” helpt Yneke. Ze waarschuwt dat de Hof over een half uur dicht gaat. De meeste bezoekers zijn al vertrokken. Ik zit nog even op een bankje bij het bruggetje, probeer een haiku over de egelantier. Om me heen zoemen hommels en bijen. Een merel baddert, een kraai pulkt iets uit het grasveld. Net voor het hek op slot gaat ben ik bij de uitgang. De geur van daslook blijft achter.
Ik zoek woorden, maar
voel slechts de wind in mijn hoofd,
de zon in mijn hart
Als je zelf een haiku-wandeling maakt hoef je dat natuurlijk niet zo serieus te nemen. Gebruik al je zintuigen, laat je raken en tel op je vingers; een haiku bestaat uit drie regels van in totaal zeventien lettergrepen: vijf lettergrepen op de eerste regel, zeven op de tweede regel en vijf op de derde. Idealiter spreekt uit een haiku welk seizoen het is, ofwel door het te benoemen, ofwel door te verwijzen naar een voor dat seizoen typerend verschijnsel, zoals sneeuw of narcissen. Wees specifiek, zoek naar contrasten of juist overeenkomsten in wat je hoort, ziet, ruikt, voelt. En bovenal: geniet.
* * * * *
Het is een van de eerste echt zonnige lentedagen. Onderweg naar Thijsse’s Hof knallen de forsythia’s me tegemoet. Ik zie paardenbloemen, speenkruid, dotters. Geel is blijkbaar de kleur van het voorjaar. De winterjasmijn is ondertussen uitgebloeid, de mahonie begint net. Een citroenvlinder komt voorbij. Zou ik hier iets mee kunnen voor een haiku? Iets met het verlangen naar de eveneens gele, zomerse wielewaal misschien? Ik let goed op al het geels onderweg, en zodra ik het ijzeren hek van Thijsse’s Hof door ben, been ik naar de vijver om op een bankje mijn gedachten op papier te zetten.
Windstil, blauwe lucht
met wolkjes als boodschappers:
twee vlinders, een hart
Het is zondags druk, alle bankjes zijn bezet. Naast het beeld van Thijsse zit een mijnheer in zijn eentje op een bank en ik vraag of ik erbij mag zitten. We raken meteen in gesprek, van schrijven komt voorlopig niets. Dat hoort ook bij zen: omstandigheden accepteren zoals ze zich voordoen en er volledig in aanwezig zijn. De mijnheer en ik spreken over jong en oud, hoe relatief dat is, over onze interesses, onze loopbanen, over de natuur.
Op zoek naar stilte
in gesprek met een vreemde,
onverwacht cadeau
Als hij verder loopt pak ik mijn schrijfboekje. Ik puzzel en puzzel, maar ik kan niets met het geel. Een meerkoet zwemt door de vijver, duikt regelmatig onder, brengt takjes en prut naar zijn nest verderop. Nu ik niet meer in gesprek ben merk ik hoe hard de vogels zingen: ik hoor merels, de fietspomp van de koolmees, een roodborstje en veel meer vogelzang die ik niet herken. Overal hoor je mensen praten, kinderen tetteren, buiten de Hof zoeven auto’s voorbij. Een paar citroenvlinders fladderen langs, een dagpauwoog, een kleine vos. De citroenvlinder heeft dezelfde kleur geel als de sleutelbloem, toch weer dat geel. Ik schrijf, kras door, herschrijf, tel de lettergrepen.
Oude rietpluimen
tussen de groene scheuten,
het water rimpelt
Uren vertoef ik op hetzelfde bankje, wat nou wandeling. Yneke, die vandaag de Hof beheert, komt me gedag zeggen. Ik loop met haar mee naar de egelantier. Ze laat me de jonge blaadjes ruiken. Ik wist niet eens dat die blaadjes ergens naar roken. Maar waarnaar? “Zure appelen,” helpt Yneke. Ze waarschuwt dat de Hof over een half uur dicht gaat. De meeste bezoekers zijn al vertrokken. Ik zit nog even op een bankje bij het bruggetje, probeer een haiku over de egelantier. Om me heen zoemen hommels en bijen. Een merel baddert, een kraai pulkt iets uit het grasveld. Net voor het hek op slot gaat ben ik bij de uitgang. De geur van daslook blijft achter.
Ik zoek woorden, maar
voel slechts de wind in mijn hoofd,
de zon in mijn hart
Labels:
Bloemendaal,
Haiku,
Kunst,
Plantjes,
Thijsse's Hof,
Vogels
zaterdag 20 februari 2016
Geluksroute Haarlem 2016: van hart tot hart
![]() |
[ Collage van een deelnemer ] |
![]() |
[ Mijn eigen collages als voorbeelden ] |
![]() |
[ Collage van een deelnemer ] |
Na de lunch ga ik naar ‘Je bent nu hier’ aan de Zijlweg 46, voor een lezing van Ellen Akkerman over het gedachtegoed van Brené Brown. Ik heb nog even de tijd. Rick Shamier staat buiten Free Hugs uit te delen. Dat ziet er zo vrolijk uit, dat ik ook een bordje met ‘Free Hugs’ pak en meedoe. Wat een leuke reacties! Mensen die stuurs doorfietsen, mensen die lachend doorfietsen, mensen die afstappen voor een knuffel. Evenzo met de wandelaars. En het toeval wil dat net de cameraman van Haarlem105 langskomt...
![]() |
[ Collage van een deelnemer ] |
![]() |
[ Mijn workshop bij HOF20 ] |
![]() |
[ Collage van een deelnemer ] |
![]() |
[ Foto: Sandra Brandt ] |
donderdag 21 januari 2016
Geluksroute Haarlem 2016: van geluksplukker tot geluksbrenger
De eerste keer dat de Geluksroute in Haarlem was, was ik net terug uit Frankrijk van de crematie van mijn zus. Enkele weken eerder had mijn moeder een herseninfarct gehad, terwijl ik net een paar maanden daarvoor de diagnose van een schildklierziekte gekregen had. Ik was kapot, leeg, daas, maar tot nu toe stond ik nog overeind. Het zware werk moest nog beginnen: de emotionele, administratieve en praktische verwerking van alles. In het oog van de storm dompelde ik me onder in het warme bad van verbinding, inspiratie en blijheid dat de Geluksroute is. Ik zweefde van knutselworkshop naar schrijfsessie, naar yoga, naar stadspicknick, en alles ertussenin.
De tweede editie van de Geluksroute in Haarlem vierde ik dat ik het eerste jaar van rouw achter de rug had. De derde editie was ik uitgeput omdat ik daarna ingestort was in plaats van bijgetrokken. Maar haptotherapie, yoga, meditatie en shiatsu hebben me erbovenop geholpen. En nu, bij de vierde editie, doe ik voor het eerst niet alleen mee als geluksplukker, maar ook als geluksbrenger, een wens die ik vanaf de allereerste keer had.
Tijdens mijn herstel maakte ik collages van teksten en afbeeldingen die ik uit tijdschriften knipte. Het was en is voor mij een manier om mijn innerlijke beelden zichtbaar te maken voor mezelf. Een schaar, oude tijdschriften, een plakstift en een ondergrond, meer heb je niet nodig. Zelfs geen fantasie. Knip alles uit wat je raakt, waar je je toe aangetrokken voelt, al dan niet met een vraag of thema of persoon in gedachten. Je zult verbaasd staan over de kracht van het beeld dat ontstaat als je de knipsels bij elkaar brengt in een collage. Kom het ook ervaren! Tijdens de Geluksroute Haarlem, op zondag 7 februari tussen 10.30u en 12.30u: ‘Collagekaart van je Hart’, bij HOF20 - vitale mensen in vitale organisaties.
Of pluk je geluk bij een of meer van de vele andere geluksbrengers op de komende Geluksroute Haarlem, 6 en 7 februari 2016.
De Geluksroute is een gratis evenement. Het meeste is te regelen vanuit overvloed en overwaarde, maar voor de praktische kosten en speciale projecten is een crowdfundingcampagne gestart. Maak je de geluksroute komend jaar mede mogelijk? Doneren kan al vanaf 7 euro.
De tweede editie van de Geluksroute in Haarlem vierde ik dat ik het eerste jaar van rouw achter de rug had. De derde editie was ik uitgeput omdat ik daarna ingestort was in plaats van bijgetrokken. Maar haptotherapie, yoga, meditatie en shiatsu hebben me erbovenop geholpen. En nu, bij de vierde editie, doe ik voor het eerst niet alleen mee als geluksplukker, maar ook als geluksbrenger, een wens die ik vanaf de allereerste keer had.
![]() |
| [ Verjaardagskaart voor vriendin ] |
Of pluk je geluk bij een of meer van de vele andere geluksbrengers op de komende Geluksroute Haarlem, 6 en 7 februari 2016.
De Geluksroute is een gratis evenement. Het meeste is te regelen vanuit overvloed en overwaarde, maar voor de praktische kosten en speciale projecten is een crowdfundingcampagne gestart. Maak je de geluksroute komend jaar mede mogelijk? Doneren kan al vanaf 7 euro.
dinsdag 10 november 2015
De kunst van Alzheimer
![]() |
| [ Portret van mijn moeder, 2e versie ] |
Ruim tweeënhalf jaar geleden werd mijn moeder na een herseninfarct opgenomen op een gesloten psychogeriatrische afdeling, met de diagnose ‘mengbeeld Alzheimer en vasculaire schade door het infarct’. Zij heeft altijd veel getekend en geschilderd, en nu nog gaat ze wekelijks naar de tekenclub in het tehuis waar ze woont. Zij zou deze expositie vast enorm kunnen waarderen, en hoe zou ze het blind tekenen ervaren? Ik zie op tegen de tour de force met de rolstoel maar besluit haar toch op te halen. Mijn moeder is zoals altijd blij verrast me te zien: “He, was je in de buurt?” Het zou kunnen dat ze denkt dat ik uit Haarlem kom terwijl zij nu in Brabant zit, of andersom. Ze heeft wel zin in een uitje. Een van de verzorgenden heeft het persbericht van de tentoonstelling gezien. “Hoe heet het ook alweer,” probeert ze zich te herinneren, “’Haal me hier weg’ of iets dergelijks?”
Er staat toevallig een rolstoel met stevig opgepompte banden klaar, waar anderen net mee weg zijn geweest. Ik hijs mijn moeder in haar jas. Ze reikt naar haar rollator, maar ik trek de rolstoel erbij. Om te beginnen gebruikt ze die als rollator door erachter te lopen; als ze moe is kan ze erin gaan zitten en duw ik haar. Ik wijs haar de weg naar de uitgang. De knieën zijn stijf, maar aan het eind van de gang gaat het al wat beter. Als we de straat uitkomen is het genoeg en wil ze zitten. Maar goed ook, want het is druk op straat en ik vrees voor de enkels van de mensen. De rolstoel piept en kraakt en steunt op zijn smalle bandjes, maar ‘krakende wagens lopen het langst’ stel ik mezelf gerust. Ik doe voorzichtig bij alle stoepen, één keer maar lanceer ik mijn moeder bijna voorover als een één centimeter hoge rand een te grote hobbel blijkt. Wachten op het stoplicht duurt mijn moeder te lang. “Zullen we vast oversteken?” stelt ze voor. “Nee ma, het is hier knetterdruk en ik heb geen overzicht.” “Ik zal er maar even uitgaan dan hè,” zegt ze terwijl ze vast op gaat staan, “dat is handiger met oversteken.” “Nee, nee, blijf nou zitten!” reageer ik geschrokken, “het is echt veel makkelijker als ik jou duw.” Ze geeft zich gewonnen. Een paar straten verder kijkt ze bezorgd naar het kanaal aan de linkerkant. Ik houd goed afstand tot het water. Nog een bruggetje en we zijn er.
Bij Overspaarne worden we verwelkomd met thee en koffie. Als we wat geacclimatiseerd zijn gaan we rustig alle portretten bekijken. Mijn moeder leeft op, ze kan zo genieten van kunst! En van portretten helemaal, die tekende ze vroeger ook veel. Ze bekijkt elk portret met grote aandacht. Ik vraag of ze ook wil tekenen, dat we elkaar dan zullen tekenen. Dat hoeft van haar niet: “Mijn handen zijn de laatste tijd zo opgezet en raar.” Ik zeg dat dat al heel lang zo is, en dat ze hier lekker dikke potloden hebben, dan hoeft ze minder verkrampt te knijpen. Na enig aandringen wil ze dan wel even een potlood vasthouden om te voelen hoe dat is. Verrast constateert ze dat het prima gaat. Bij haar op de tekenclub hebben ze een opzetstuk om potloden dikker te maken, maar dat wil ze nooit. Ik vermoed dat ze nooit iets wil omdat haar hoofd blokkeert als ze over een vraag moet nadenken.
![]() |
| [ Portret van mijn moeder, 1e versie ] |
Bij mijn tweede poging probeer ik welbewust te coördineren waar ik het potlood zet. Het opschroeven van de controle geeft een aanzienlijk beter resultaat. Hoewel vervreemdend verwrongen lijkt het portret toch op mijn moeder. Nog even gericht wat (ongecontroleerd) water erover spuiten en met de vingers uitvegen en het portret is af. Mijn moeder is inmiddels ook klaar met tekenen. Ik herken mijn krullenkop. De ogen zijn intens, geprononceerde neusgaten. Bij mijn mond had ze blijkbaar geen zin meer, die is alleen dun opgezet. De mensen van ‘Zolang ik er ben’ zijn onder de indruk van haar tekening. Ze vertellen meer over het project en wat ze ermee beogen: mensen met Alzheimer een stem geven, te vertellen hoe het is om met Alzheimer te leven, met kunst als ingang daartoe. Mijn moeder luistert geïnteresseerd toe. Omdat haar taal en sociale reacties nog zo goed zijn, komt ze niet bepaald dement over, ook niet voor haarzelf. Ze merkt wel dat haar geheugen achteruit gaat en dat ze zich “de laatste tijd zo wazig voelt”.
![]() |
| [ Portret van mij door mijn moeder ] |
Vlak voor de ingang van het verpleeghuis komen we mijn docente van de schrijfcursus tegen, toevallig ook de dochter van een vroegere medebewoonster van mijn moeder. Mijn hersens raken in de war door de overlapping van twee contexten. “Dit is... mijn filosofiedocente,” floep ik eruit, de schrijvende filosoof uit de laatste les nog in gedachten. Erfelijk belast, grap ik vanbinnen. “Kent u me nog?” vraagt mijn docente als ze zich aan mijn moeder voorstelt. Ze legt uit wie ze is. “O ja hoor!” reageert mijn moeder enthousiast. Ik heb geen idee of ze echt nog een glimp van herkenning heeft of dat ze meespeelt met de situatie. Maar ach, wat maakt het ook uit.
Om het boek te kunnen realiseren zijn er donaties nodig. Je kunt ook bijdragen met je verhaal over je ervaringen met Alzheimer. Zie de website www.zolangikerben.nl
vrijdag 13 september 2013
Bergen en dalen
Vorige week traden Saskia & Serge op in het verpleeghuis waar mijn moeder tegenwoordig woont. Je weet wel, van Zomer in Zeeland en Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen. Ik ging langs om gedag te zeggen voor ik naar de Ardennen ging en viel met mijn neus in de boter. Wat een feest! Geen zielige uitgebluste artiesten van een paar decennia geleden, maar een dynamisch duo met mooie liedjes dat de hele zaal meekreeg, mijzelf incluis. Die ochtend had de kringloopwinkel de laatste spullen van waarde uit mijn moeders oude huis meegenomen, een vrachtwagen vol. Mijn taak in de ontruiming zat erop, want de vloerbedekking haalt iemand anders eruit.
Omdat mijn taak erop zat, voelde ik me vrij om mee te gaan met een grote vriendengroep naar de Ardennen: 16 volwassenen en 10 kinderen in een huisje op een berg. Dat lijkt druk, maar dat valt reuze mee. Je ziet iedereen ’s ochtends en ’s avonds, en overdag trekken we er in kleine groepjes op uit. Ik sluit me aan bij de wandelaars. We lopen door bemoste bossen, over vlonderpaden door het veen, langs weilanden, door dorpjes. ’s Avonds genieten we van barbecue, open haard, het voetbalspel en het zwembad. We hebben plezier, en goede gesprekken.
Een weekend Ardennen is onvoldoende om bij te komen van het afgelopen jaar. Thuis zit ik weer tussen de resten van twee ontruimde huizen. Het was fysiek belastend, met mijn trage schildklier, en ook in emotioneel opzicht was het zwaar. Juist degene met wie ik dit had willen delen, mijn zus, was er niet meer, en ik voelde me dubbel eenzaam. Ik vond het moeilijk me staande te houden tussen meningen over hoe ik het moest aanpakken. Met de beste bedoelingen probeerden sommigen me ertoe te bewegen zoveel mogelijk weg te doen. Gelukkig waren er anderen die begrepen waarom ik dingen wilde houden, in elk geval voorlopig.
Ik voelde me de enige verantwoordelijke. Ik voerde alle correspondentie (en nog), in het Frans voor de afwikkeling van de nalatenschap van mijn zus, en ik hield familie en vrienden op de hoogte van de ontwikkelingen. Dat was vooral intensief in de eerste maanden. Ik heb alle administratie van mijn moeder op me genomen, en alle nodige wijzigingen doorgevoerd. Is mijn Amerikaanse broer nog mee geweest naar Frankrijk, bij het huis van mijn moeder stond ik er alleen voor. De zomer vond ik het ergst, toen iedereen op vakantie was, inclusief de psycholoog tot wie ik me had gewend.
Ik heb wel hulp gehad en daar ben ik zeer dankbaar voor, want die hulp was onmisbaar. Een goede vriend en mijn nicht met haar man hebben me veel geholpen. Zij sloegen spijkers met koppen toen ik dat niet meer op kon brengen en hebben me er doorheen gesleept. Ook een vriendin van mijn zus in Frankrijk is goud waard, zij neemt vele zaken voor haar rekening en regelt alles wat voor mij vanuit Nederland niet te doen zou zijn.
Het Ardennenweekend was precies een jaar na de diagnose van mijn schildklierziekte. Na een jaar zoeken naar de juiste dosering vervangend schildklierhormoon lijkt het erop dat ik er bijna ben. Ik hoop dat dan ook de vermoeidheid, en de spier- pees- en gewrichtspijnen zullen verdwijnen, of die nu van de ziekte of van de stress komen. De familiezaken zijn nog niet afgerond, maar ik heb het gevoel dat ik weer ruimte krijg voor mezelf. Op het moment is alles nog blanco. Eerst maar eens een periode van rust en opruimen inlassen. En dan wordt 2014 mijn jaar.
Omdat mijn taak erop zat, voelde ik me vrij om mee te gaan met een grote vriendengroep naar de Ardennen: 16 volwassenen en 10 kinderen in een huisje op een berg. Dat lijkt druk, maar dat valt reuze mee. Je ziet iedereen ’s ochtends en ’s avonds, en overdag trekken we er in kleine groepjes op uit. Ik sluit me aan bij de wandelaars. We lopen door bemoste bossen, over vlonderpaden door het veen, langs weilanden, door dorpjes. ’s Avonds genieten we van barbecue, open haard, het voetbalspel en het zwembad. We hebben plezier, en goede gesprekken.
Een weekend Ardennen is onvoldoende om bij te komen van het afgelopen jaar. Thuis zit ik weer tussen de resten van twee ontruimde huizen. Het was fysiek belastend, met mijn trage schildklier, en ook in emotioneel opzicht was het zwaar. Juist degene met wie ik dit had willen delen, mijn zus, was er niet meer, en ik voelde me dubbel eenzaam. Ik vond het moeilijk me staande te houden tussen meningen over hoe ik het moest aanpakken. Met de beste bedoelingen probeerden sommigen me ertoe te bewegen zoveel mogelijk weg te doen. Gelukkig waren er anderen die begrepen waarom ik dingen wilde houden, in elk geval voorlopig.
Ik voelde me de enige verantwoordelijke. Ik voerde alle correspondentie (en nog), in het Frans voor de afwikkeling van de nalatenschap van mijn zus, en ik hield familie en vrienden op de hoogte van de ontwikkelingen. Dat was vooral intensief in de eerste maanden. Ik heb alle administratie van mijn moeder op me genomen, en alle nodige wijzigingen doorgevoerd. Is mijn Amerikaanse broer nog mee geweest naar Frankrijk, bij het huis van mijn moeder stond ik er alleen voor. De zomer vond ik het ergst, toen iedereen op vakantie was, inclusief de psycholoog tot wie ik me had gewend.
Ik heb wel hulp gehad en daar ben ik zeer dankbaar voor, want die hulp was onmisbaar. Een goede vriend en mijn nicht met haar man hebben me veel geholpen. Zij sloegen spijkers met koppen toen ik dat niet meer op kon brengen en hebben me er doorheen gesleept. Ook een vriendin van mijn zus in Frankrijk is goud waard, zij neemt vele zaken voor haar rekening en regelt alles wat voor mij vanuit Nederland niet te doen zou zijn.
Het Ardennenweekend was precies een jaar na de diagnose van mijn schildklierziekte. Na een jaar zoeken naar de juiste dosering vervangend schildklierhormoon lijkt het erop dat ik er bijna ben. Ik hoop dat dan ook de vermoeidheid, en de spier- pees- en gewrichtspijnen zullen verdwijnen, of die nu van de ziekte of van de stress komen. De familiezaken zijn nog niet afgerond, maar ik heb het gevoel dat ik weer ruimte krijg voor mezelf. Op het moment is alles nog blanco. Eerst maar eens een periode van rust en opruimen inlassen. En dan wordt 2014 mijn jaar.
zaterdag 22 juni 2013
Klein geluk in de duinen
Ik kan niet zonder natuur. Met elke stap die ik tussen het groen zet kom ik tot rust en krijg ik weer energie. Gewapend met mijn camera luister ik naar vogels en speur ik links, rechts, in de lucht en naast het pad of ik wat leuks zie: konijntjes, rare insecten, vogels, slakken, of gewoon mooie planten of bloeiwijzen.
Het is druk bij de Oosterplas, zo warm is het niet, maar er wordt volop gezond en gebadderd. Dat is niets voor mij, ik wandel liever. Een vogeltje doorbreekt mijn amechtige beklimming van de Starrenberg. Hij fladdert uit de struik waar ik langsloop en waar hij had zitten zingen. Is het een vink? Ik geloof het toch niet. Met mijn dertig keer zoom schiet ik gauw een foto voor hij weer wegvliegt voor een paar passanten. Met de vogelgids ernaast meen ik eerst dat het een kleine vliegenvanger is met dat grijze hoofd en rode borst, maar als ik verder zoek, concludeer ik dat het een kneu geweest moet zijn, familie van de vink.
Het Vogelmeer lokt, ik neem de lange route. Het bos ritselt. Ik vraag me af of het dan toevallig een bos van ratelpopulieren is, espen, waarvan de blaadjes trillen als een espenblad. Of zijn het gewoon berken? Aan de overkant van de weg loop ik door een dennenbos. Vlak naast het pad liggen twee wijngaardslakken, innig verstrengeld, de lijven tegen elkaar aangeplakt opgericht. Dit is een trage paringsdans. Op mijn knieën en ellebogen fotografeer ik het sensuele liefdesspel van de weekdieren. Dan komt er een blub naar buiten bij de ene, dat ziet er wel heel intiem uit, maar ik fotografeer toch door. Gelukkig maar, want thuis zie ik in de vergroting dat op dat moment ook nog een uitsteeksel bij de ander naar binnen prikt. Ik dacht misschien de ‘liefdespijl’, maar op Wikipedia zie ik dat het de penis van de slak is.
Aangekomen bij het Vogelmeer valt mijn oog op een harige witte vlieg met grote ogen. Ik vind hem niet in mijn insectengids, en probeer het op internet. Maar daarvoor moet ik besluiten tot wat voor familie hij behoort: dazen, roofvliegen? Ik heb geen idee. ‘Harige witte vlieg met grote ogen’ tik ik in de zoekmachine. Dat levert ook weinig bruikbaars op. Met zo weinig beginkennis durf ik hem niet op het forum van waarneming.nl te plaatsen. Maar wel op Twitter. Binnen twee uur komt via via de opmerking dat het een viltvlieg is, familie Therevidae. Met de informatie dat hij in de duinen zat, weet @rvanderweele dat het een zandviltvlieg is, Acrosathe annulata. Wie durft nog te beweren dat Twitter flauwekul is?
Op het Vogelmeer zwemt een zwanenfamilie, en erboven scheren gierzwaluwen. Het zijn er veel, ze komen laag overvliegen, ook over het pad. Na het Vogelmeer steek ik altijd een stuk af, om verderop de rode route weer op te pakken. Langs dit pad zie ik een rups van de grote beervlinder. Een grote langharige rups, om vanaf te blijven, want die haren voorspellen weinig goeds. Verderop zie ik er weer eentje, en weer, ik tel er wel zeven langs het pad. Ik zie trouwens langs de hele route konijntjes. Ze zullen wel jong zijn, want ze zijn niet bang, en blijven goed zitten voor de foto.
Boven mijn hoofd vliegt een buizerd, achterna gezeten door een luid roepende andere vogel. Als hij landt herken ik de kievit. In de verte staan de paarden. Gelukkig geen hooglanders. Die zie ik als ik op het lange rechte pad loop. Vervelende beesten vind ik het, ze doemen altijd plots voor je op als je een bocht om komt, en gaan dan stoer doen omdat ze zelf ook schrikken. Brrr. Ik vermijd ze liever. Ik ben blij als ik, nog flink op afstand, rechtsaf kan slaan. Ik loop fluks door, en kijk schichtig achterom of ze me toch niet achterna komen.
In het laatste deel van de route van vandaag staan veel rozen. De bloemen lijken wel gatenkaas. Het is niet moeilijk te zien hoe dat komt, ze zitten onder de rozenkevers. Op sommige bloemen zit rond de bloemaanzet een fluorescerend oranje laagje. Het is poederig. Wat zou dat zijn, een schimmel? Op Twitter weten ze het zo snel niet, maar na even zoeken vind ik het antwoord bij een afdeling van de KNNV: het is de duinroosroestzwam. En dan komt alsnog antwoord via Twitter, terwijl ik dit blog nog aan het tikken ben.
Het is druk bij de Oosterplas, zo warm is het niet, maar er wordt volop gezond en gebadderd. Dat is niets voor mij, ik wandel liever. Een vogeltje doorbreekt mijn amechtige beklimming van de Starrenberg. Hij fladdert uit de struik waar ik langsloop en waar hij had zitten zingen. Is het een vink? Ik geloof het toch niet. Met mijn dertig keer zoom schiet ik gauw een foto voor hij weer wegvliegt voor een paar passanten. Met de vogelgids ernaast meen ik eerst dat het een kleine vliegenvanger is met dat grijze hoofd en rode borst, maar als ik verder zoek, concludeer ik dat het een kneu geweest moet zijn, familie van de vink.
Het Vogelmeer lokt, ik neem de lange route. Het bos ritselt. Ik vraag me af of het dan toevallig een bos van ratelpopulieren is, espen, waarvan de blaadjes trillen als een espenblad. Of zijn het gewoon berken? Aan de overkant van de weg loop ik door een dennenbos. Vlak naast het pad liggen twee wijngaardslakken, innig verstrengeld, de lijven tegen elkaar aangeplakt opgericht. Dit is een trage paringsdans. Op mijn knieën en ellebogen fotografeer ik het sensuele liefdesspel van de weekdieren. Dan komt er een blub naar buiten bij de ene, dat ziet er wel heel intiem uit, maar ik fotografeer toch door. Gelukkig maar, want thuis zie ik in de vergroting dat op dat moment ook nog een uitsteeksel bij de ander naar binnen prikt. Ik dacht misschien de ‘liefdespijl’, maar op Wikipedia zie ik dat het de penis van de slak is.
Aangekomen bij het Vogelmeer valt mijn oog op een harige witte vlieg met grote ogen. Ik vind hem niet in mijn insectengids, en probeer het op internet. Maar daarvoor moet ik besluiten tot wat voor familie hij behoort: dazen, roofvliegen? Ik heb geen idee. ‘Harige witte vlieg met grote ogen’ tik ik in de zoekmachine. Dat levert ook weinig bruikbaars op. Met zo weinig beginkennis durf ik hem niet op het forum van waarneming.nl te plaatsen. Maar wel op Twitter. Binnen twee uur komt via via de opmerking dat het een viltvlieg is, familie Therevidae. Met de informatie dat hij in de duinen zat, weet @rvanderweele dat het een zandviltvlieg is, Acrosathe annulata. Wie durft nog te beweren dat Twitter flauwekul is?
Op het Vogelmeer zwemt een zwanenfamilie, en erboven scheren gierzwaluwen. Het zijn er veel, ze komen laag overvliegen, ook over het pad. Na het Vogelmeer steek ik altijd een stuk af, om verderop de rode route weer op te pakken. Langs dit pad zie ik een rups van de grote beervlinder. Een grote langharige rups, om vanaf te blijven, want die haren voorspellen weinig goeds. Verderop zie ik er weer eentje, en weer, ik tel er wel zeven langs het pad. Ik zie trouwens langs de hele route konijntjes. Ze zullen wel jong zijn, want ze zijn niet bang, en blijven goed zitten voor de foto.
Boven mijn hoofd vliegt een buizerd, achterna gezeten door een luid roepende andere vogel. Als hij landt herken ik de kievit. In de verte staan de paarden. Gelukkig geen hooglanders. Die zie ik als ik op het lange rechte pad loop. Vervelende beesten vind ik het, ze doemen altijd plots voor je op als je een bocht om komt, en gaan dan stoer doen omdat ze zelf ook schrikken. Brrr. Ik vermijd ze liever. Ik ben blij als ik, nog flink op afstand, rechtsaf kan slaan. Ik loop fluks door, en kijk schichtig achterom of ze me toch niet achterna komen.
In het laatste deel van de route van vandaag staan veel rozen. De bloemen lijken wel gatenkaas. Het is niet moeilijk te zien hoe dat komt, ze zitten onder de rozenkevers. Op sommige bloemen zit rond de bloemaanzet een fluorescerend oranje laagje. Het is poederig. Wat zou dat zijn, een schimmel? Op Twitter weten ze het zo snel niet, maar na even zoeken vind ik het antwoord bij een afdeling van de KNNV: het is de duinroosroestzwam. En dan komt alsnog antwoord via Twitter, terwijl ik dit blog nog aan het tikken ben.
woensdag 29 mei 2013
Schrijven op de radio
![]() |
| [ Remco Rhee in de studio van Haarlem 105 ] |
Sandra Brandt zit elke zondag om kwart voor zes bij Remco Rhee in zijn programma Soep op schoot, voor een kwartiertje inspiratie. Eens in de maand krijgt ze een uur, en deze keer nodigde ze Linda Ruigrok uit om live in de uitzending een schrijfworkshop te geven. In een opwelling had ik me ervoor aangemeld, een mens moet tenslotte af en toe eens iets geks doen. Een andere deelneemster dacht dat ze iets anders aanklikte en toen bleek ze zich al aangemeld te hebben, en de enige manlijke deelnemer meende dat hij zou leren om beter te schrijven. Nou ja, enige man: ook de uit mannen bestaande redactie schrijft mee, en Remco heeft twee rappers uitgenodigd, als professionele taalkunstenaars. Ook de luisteraars mogen meeschrijven. De schrijfworkshop gaat echter niet over 'mooi' schrijven, maar over dagboekschrijven: schrijven om tot inzichten te komen, intuïtief en associërend.
![]() |
| [ Redactiekamer, foto: Linda Ruigrok ] |
![]() |
| [ Mijn schriftje ] |
"Toen ik vanochtend wakker werd..."
"In de studio..."
"Ik ben nieuwsgierig naar..."
Onwennig vul ik de zinnen aan. Maar goed dat ik niets hoef uit te leggen. Iedereen zit stil te schrijven. Als eerste gaan Sandra en redactielid Jan naar de studio om hun zinnen voor te lezen, wij luisteren mee op de radio. "Toen ik vanochtend wakker werd moest ik effe pissen en daarna heb ik nog drie uur geslapen," leest Jan zijn tekst op. Als iedereen is uitgelachen verhaalt Sandra van de droomwerkdag die ze na het wakker worden voor zichzelf georganiseerd heeft. Uitgelaten komen Sandra en Jan de redactiekamer weer in lopen.
![]() |
| [Blanco, foto: Sandra Brandt ] |
Alles ligt open. Geen geschiedenis, geen verleden. Heerlijk vrij. Wel veel gepraat op de radio. Oh gelukkig, muziek. Weinig blanco nog steeds, behalve mijn geest dan. Die is wel blanco. Harde muziek. Toch zit ik in mijn hoofd, zelf vanbinnen. Gelach uit de studio, oh, Linda komt binnenlopen. Ook Linda. Zucht. Leeg. Onbeschreven blad. Opperdepop. Write you, heeft ie vast speciaal uitgekozen.Uit deze tekst kiezen we één woord om een woordgedicht mee te maken: elke regel van het gedicht begint met een letter van het woord. Die regel kan uit een of meer woorden bestaan of een hele zin zijn. Mijn blik valt die direct op het woord 'verleden'. Ik schrijf:
VooroudersGeraakt staar ik naar mijn schrijfsel. Van zo’n leeg gewauwel kom ik tot iets heel zinnigs en betekenisvol voor mij, hoe is het mogelijk! Na de diagnose dementie bij mijn moeder en de dood van mijn zus moet ik twee huizen tegelijk leegmaken. Ik herkauw mijn gezinsverleden, zoek uit wat ik ervan wil meenemen en wat ik achter laat. Daarmee ruim ik op en herwin mijn energie. Het laatste woord Niets staat voor de vrijheid na de verwerking.
Eer-tijds
Regressie
Looptijd
Eindig
Doorgaan
Energie
Niets
![]() |
| [ Rapper en Linda in de studio ] |
![]() |
| [ Allemaal in de studio, foto: Sandra Brandt ] |
Ik zeg wat ik voel!
Wat ik voel is goed,
het zegt wat ik denk.
Ik zeg wat ik voel!
Wat denk ik?
Ik weet het als ik voel.
Wat ik voel is goed.
Ik zeg wat ik voel!
![]() |
| [ Rondeel van Remco, foto: Sandra Brandt ] |
zondag 28 april 2013
Lepelaars in de polder
Lepelaars, die had ik in Zuid-Spanje gezien, stofzuigerend over het lage water, vlakbij de Coto Doñana. Je kunt je voorstellen hoe verbaasd ik was toen ik hoorde dat ze hier ook broeden, vlak langs de weg naar Amsterdam, achter het tankstation. Ze broeden in oude reigernesten, op een eilandje waar je niet op kunt, lekker rustig voor ze. Ze zijn te zien vanaf het fietspad. ![]() |
| [ Langs de snelweg ] |
![]() |
| [ Kluten ] |
Dan springt mijn hart op: voor het oog van mijn verrekijker strijkt er een lepelaar neer in het water. In mijn behoefte mijn geluk te delen pen ik bij de waarnemingen van vandaag '1 lepelaar!', met uitroepteken. Ik wissel verrekijker en fotocamera met elkaar af. Ik wil foto's, maar door de kijker zie ik het beter. De lepelaar keutelt een tijdje rond, vliegt naar de oever en rommelt daar weer een tijd, tussen de ganzen. Dan verdwijnt hij achter het riet en uit het zicht. Ik heb het ondertussen koud gekregen en ik fiets verder, op naar de volgende vogelstek.![]() |
| [ Tureluur ] |
![]() |
| [ Grutto ] |
![]() |
| [ Landje van Gruijters ] |
De laatste etappe van mijn vogeltoer is een pad dwars door de Hekslootpolder. Op mijn kaart kon ik niet zien dat het een onverharde weg is. Het fietst wat bobbelig, maar wel pittoresk, zo tussen de weilanden door. En zie daar, een lepelaar! Tussen de ganzen staat hij op één been zijn coiffure te doen. Daarna doet hij een dut en is niet zo leuk meer voor op de foto. Er is nog genoeg te zien, er zit een grutto vlakbij (nu echt), het barst van de ganzen, zwaluwen scheren laag over het water, kieviten (denk ik) buitelen al roepend door de lucht. Waarom zou je op vogelreis gaan als dit alles op fietsafstand te beleven is?
Abonneren op:
Posts (Atom)















































