![]() |
Zelfportret op Eerste Kerstdag 2010 (met kadertje van Picture-It) |
dinsdag 20 december 2011
Fijne feestdagen!
zaterdag 10 december 2011
In het spoor van Blootvoet
De wandelafspraak stond al een tijdje, maar het is vandaag onstuimig weer. De storm van de afgelopen dagen mag voorbij zijn, de wind is nog niet gaan liggen. Mijn wandelmaat belt op: "Hoe is het bij jullie?" Ik kijk uit het raam. De coniferen van de buren zwiepen wild heen en weer. "Niet echt wandelweer." We vermoeden dat het in het open duin nog harder zal waaien, en stellen de afspraak uit.
Daar zit ik dan in mijn wandelbroek en met mijn wandelsokken al aan. Tja. Ik wil wel even een frisse neus halen, ik heb alleen geen zin in een stadswandeling. Ik besluit toch naar de duinen te gaan, hoe erg kan het wezen?
Op de fiets vraag ik me af of dat nou zo’n goed idee was, maar eenmaal aan de wandel valt het eigenlijk best mee. Bij de Oosterplas waait het snijdend hard, zo over het open water heen. Het zand snerpt in mijn gezicht. Op het pad langs het meer zie ik ineens een afdruk van een blote voet. In december! Wie gaat er nu met 5 ºC en een koude wind op zijn blote voeten de duinen in? Het lijkt me een mannenvoet, aan de grootte en breedte te zien. Niet groot genoeg voor een yeti of gorilla, glimlach ik in mezelf. Een zwerver? Aan de vorm en diepte van de afdrukken meen ik af te leiden dat Blootvoet rennend voorbij is gekomen. Een alternatieve marathonloper? Gewoon een rare vent? De sporen zien er vers uit. Als hij rent is hij vast al ver vooruit. Mijn hele wandeling lang blijf ik zijn sporen zien, en ik maak een lange wandeling. Soms zijn ze weg, even later zie ik ze weer. Blootvoet en ik blijken dezelfde route te lopen, zo ongeveer.
Ondertussen is het harder gaan waaien. Het bos suist en giert en piept en kraakt. Donderend geraas van vallende bomen blijft uit. Wel zie ik overal afgebroken takken liggen. Ik heb wel eens met iemand gewandeld, die op dat moment een dennenappel op zijn kalende hoofd kreeg. Het zag er grappig uit, maar het deed hem wel heel zeer. Ik kom veilig uit de duinen. Het laatste halfuur heb ik geen spoor van Blootvoet meer gezien. Ik denk dat hij is afgeslagen. Of zou hij zijn schoenen hebben aangetrokken?
Daar zit ik dan in mijn wandelbroek en met mijn wandelsokken al aan. Tja. Ik wil wel even een frisse neus halen, ik heb alleen geen zin in een stadswandeling. Ik besluit toch naar de duinen te gaan, hoe erg kan het wezen?
Op de fiets vraag ik me af of dat nou zo’n goed idee was, maar eenmaal aan de wandel valt het eigenlijk best mee. Bij de Oosterplas waait het snijdend hard, zo over het open water heen. Het zand snerpt in mijn gezicht. Op het pad langs het meer zie ik ineens een afdruk van een blote voet. In december! Wie gaat er nu met 5 ºC en een koude wind op zijn blote voeten de duinen in? Het lijkt me een mannenvoet, aan de grootte en breedte te zien. Niet groot genoeg voor een yeti of gorilla, glimlach ik in mezelf. Een zwerver? Aan de vorm en diepte van de afdrukken meen ik af te leiden dat Blootvoet rennend voorbij is gekomen. Een alternatieve marathonloper? Gewoon een rare vent? De sporen zien er vers uit. Als hij rent is hij vast al ver vooruit. Mijn hele wandeling lang blijf ik zijn sporen zien, en ik maak een lange wandeling. Soms zijn ze weg, even later zie ik ze weer. Blootvoet en ik blijken dezelfde route te lopen, zo ongeveer.
Ondertussen is het harder gaan waaien. Het bos suist en giert en piept en kraakt. Donderend geraas van vallende bomen blijft uit. Wel zie ik overal afgebroken takken liggen. Ik heb wel eens met iemand gewandeld, die op dat moment een dennenappel op zijn kalende hoofd kreeg. Het zag er grappig uit, maar het deed hem wel heel zeer. Ik kom veilig uit de duinen. Het laatste halfuur heb ik geen spoor van Blootvoet meer gezien. Ik denk dat hij is afgeslagen. Of zou hij zijn schoenen hebben aangetrokken?
zaterdag 3 december 2011
Rondje Bloemendaal
Nu het de laatste dagen van november nog mooi weer was heb ik het ervan genomen. Ik vind het heerlijk om wat door Bloemendaal te struinen: een boodschapje doen in het dorp, even rond het hertenkamp wandelen, Thijsse’s Hof meepakken en door het Bloemendaalse Bos kuieren.
Het zal best dat mensen somber worden van de vallende blaadjes, maar de kleuren zijn zo knetterend dat dat toch zou moeten compenseren. Juist als ik me wat neerslachtig voel, knap ik enorm op van een inspirerende herfstwandeling, fototoestel mee. Onderweg laat ik me betoveren door warm rood, geel, groen, besjes, mos, zwammen, en allerlei beesten, al dan niet echt of te fantaseren in een verwrongen boomstronk.
Vrolijke honden in het bos, de eenden in het hertenkamp komen hoopvol aanrennen terwijl ik niet eens met een zakje kraak, bij het Halve Maantje lopen koeien (‘pas op voor de stier’ zegt het bordje), nog meer eenden en nijlganzen. En alles ziet er prachtig uit in het lage zonlicht.
Wonderlijk zoveel leven als er zit in het seizoen van het afsterven. Tussen de villa’s staat een klein vrijstaand pand te koop. Verwilderde tuin. Alle ramen kapot. Ik durf niet naar binnen omdat het eruit ziet alsof het op instorten staat. Ik loop eromheen en loer door de vensters: resten van stiekeme bijeenkomsten van opgeschoten jongeren, of daklozen, bekladde muren, en een gedicht? De romantiek van het verval.
Het zal best dat mensen somber worden van de vallende blaadjes, maar de kleuren zijn zo knetterend dat dat toch zou moeten compenseren. Juist als ik me wat neerslachtig voel, knap ik enorm op van een inspirerende herfstwandeling, fototoestel mee. Onderweg laat ik me betoveren door warm rood, geel, groen, besjes, mos, zwammen, en allerlei beesten, al dan niet echt of te fantaseren in een verwrongen boomstronk.
Vrolijke honden in het bos, de eenden in het hertenkamp komen hoopvol aanrennen terwijl ik niet eens met een zakje kraak, bij het Halve Maantje lopen koeien (‘pas op voor de stier’ zegt het bordje), nog meer eenden en nijlganzen. En alles ziet er prachtig uit in het lage zonlicht.
Wonderlijk zoveel leven als er zit in het seizoen van het afsterven. Tussen de villa’s staat een klein vrijstaand pand te koop. Verwilderde tuin. Alle ramen kapot. Ik durf niet naar binnen omdat het eruit ziet alsof het op instorten staat. Ik loop eromheen en loer door de vensters: resten van stiekeme bijeenkomsten van opgeschoten jongeren, of daklozen, bekladde muren, en een gedicht? De romantiek van het verval.
Labels:
Bloemendaal,
Bos,
Eenden,
Koeien,
Paddenstoelen
dinsdag 22 november 2011
Dag waterhoentje
Vorige week heb ik een waterhoentje begraven. Een dag eerder zag ik hem ineens in de tuin zitten. Een grote, grijze, nog wat donzige jonge waterhoen. Hij staat een beetje te suffen. Hij loopt een stukje, gaat verderop een tijd staan suffen. Dat duurt wel erg lang, en geen ouders te zien. Zouden die nog voor hem moeten zorgen, of is dat al afgerond?
Ik zet een bakje water neer en strooi wat havermout. Hij verstopt zich stiekem achter een mand. Hij lijkt niets te hebben, loopt goed, geen hangend vleugeltje. Ik zet de poortdeur open zodat hij weg kan lopen, naar de sloot verderop. Vanuit mijn kantoor boven zie ik eksters snoepen van het voer. De waterhoen zit nog verstopt. Even later zie ik hem weer staan niksen, met zijn rug naar het eten, vlak naast de open deur. Na een uurtje ga ik die dichtdoen. Het kan alleen maar katten uitnodigen om binnen te komen wandelen, en hij maakt er toch geen gebruik van.
Zal ik het Vogelhospitaal bellen? Maar wat dan? Beest vangen, in een doos stoppen, in de fietstas, in de stress, zit hij daar in een kooitje. Als hij hier niet eet of drinkt, zal hij het daar ook niet doen. Ik vraag hulp op Twitter. SOVON (Kenniscentrum voor vogelonderzoek Nederland) reageert: hij zou zichzelf moeten kunnen redden, misschien is hij ziek, dan heb ik alles al gedaan wat ik kon doen. Dat sterkt me om hem rustig te laten zitten en het af te wachten.
Als ik de volgende dag de gordijnen opendoe, proberen een merel en een tortel elkaar bij de havermout weg te jagen. Zie je wel, alle vogels kunnen het voer vinden. Het waterhoentje blijkt stijf achter de saliestruik te zitten. Had ik hem dan toch naar het Vogelhospitaal moeten brengen? Misschien was hij daar ook doodgegaan, dan liever rustig in mijn achtertuin. Maar wat doe ik er nu mee? Groenbak? Ik zie voor me hoe hij op de grote hoop gegooid wordt. Dan begraaf ik hem liever in mijn tuin. Goed diep, en versierd met een grote schelp en een parelbes. Dag waterhoentje.
Ik zet een bakje water neer en strooi wat havermout. Hij verstopt zich stiekem achter een mand. Hij lijkt niets te hebben, loopt goed, geen hangend vleugeltje. Ik zet de poortdeur open zodat hij weg kan lopen, naar de sloot verderop. Vanuit mijn kantoor boven zie ik eksters snoepen van het voer. De waterhoen zit nog verstopt. Even later zie ik hem weer staan niksen, met zijn rug naar het eten, vlak naast de open deur. Na een uurtje ga ik die dichtdoen. Het kan alleen maar katten uitnodigen om binnen te komen wandelen, en hij maakt er toch geen gebruik van.
Zal ik het Vogelhospitaal bellen? Maar wat dan? Beest vangen, in een doos stoppen, in de fietstas, in de stress, zit hij daar in een kooitje. Als hij hier niet eet of drinkt, zal hij het daar ook niet doen. Ik vraag hulp op Twitter. SOVON (Kenniscentrum voor vogelonderzoek Nederland) reageert: hij zou zichzelf moeten kunnen redden, misschien is hij ziek, dan heb ik alles al gedaan wat ik kon doen. Dat sterkt me om hem rustig te laten zitten en het af te wachten.
Als ik de volgende dag de gordijnen opendoe, proberen een merel en een tortel elkaar bij de havermout weg te jagen. Zie je wel, alle vogels kunnen het voer vinden. Het waterhoentje blijkt stijf achter de saliestruik te zitten. Had ik hem dan toch naar het Vogelhospitaal moeten brengen? Misschien was hij daar ook doodgegaan, dan liever rustig in mijn achtertuin. Maar wat doe ik er nu mee? Groenbak? Ik zie voor me hoe hij op de grote hoop gegooid wordt. Dan begraaf ik hem liever in mijn tuin. Goed diep, en versierd met een grote schelp en een parelbes. Dag waterhoentje.
woensdag 16 november 2011
Herfstige contrasten
De natuur perst het laatste levensvuur eruit voor straks definitief de aftakeling intreedt met de winter. Waar het vochtig is, ruik je de gezonde rotting. In het lage zonlicht heeft alles een zinderende intensiteit, de waterige lucht wordt zichtbaar in het tegenlicht. Roodbruine blaadjes knisperen in een dikke laag onder mijn voeten.
Ondanks de mooie zondag is het hier vrij stil. Meer richting het Koevlak wordt het drukker. Twee jongens lopen met een hond. Ze blijken niet ervan op de hoogte te zijn dat dat verboden is, ook aangelijnd. Verderop vraagt een geagiteerde dame me of ik hen erop aangesproken heb. Ik ben wat onthutst, zulke aardige jongens en zo een boze mevrouw. Het wordt wat rustiger als ik van de strandroute afbuig. Nu loop ik over een kronkelig pad door een bos van dunne bomen. Het is er zompig. Met een tapijt van natte zwarte blaadjes, bemoste omgevallen bomen en af en toe een varen voelt het hier opwindend sinister.
Uit het bos vandaan zijn er weer meer mensen, die komen zeker van het Vogelmeer af. Ik loop vlak achter een wat luidruchtig gezin. Ik ben blij dat de kinderen pret hebben, maar ik heb het toch liever wat stiller. Om ze een flink stuk voor te laten gaan, zoek ik al dralend naar iets om te fotograferen. Daar zie ik de gelooide hoed van een vergane vliegezwam. Aan de andere kant van het pad ligt een boomstronk vol fluwelige bruine zwammetjes. Maar het klapstuk groeit nog iets verder het veld in: knaloranje zwammen op een stronk, omzoomd met gifgroen mos.
Het begint nu toch wel fris te worden, aan het eind van de middag, half november. Ik zou willen dat ik handschoenen bij me had. Op het uitzichtpunt Starrenberg kijk ik naar een Japanse prent, zoals de middagnevel een gelaagdheid in het landschap maakt. Een mistig zonnetje doet het helmgras schitteren. Wat een mooie wandeling was dit weer.
Ondanks de mooie zondag is het hier vrij stil. Meer richting het Koevlak wordt het drukker. Twee jongens lopen met een hond. Ze blijken niet ervan op de hoogte te zijn dat dat verboden is, ook aangelijnd. Verderop vraagt een geagiteerde dame me of ik hen erop aangesproken heb. Ik ben wat onthutst, zulke aardige jongens en zo een boze mevrouw. Het wordt wat rustiger als ik van de strandroute afbuig. Nu loop ik over een kronkelig pad door een bos van dunne bomen. Het is er zompig. Met een tapijt van natte zwarte blaadjes, bemoste omgevallen bomen en af en toe een varen voelt het hier opwindend sinister.
Uit het bos vandaan zijn er weer meer mensen, die komen zeker van het Vogelmeer af. Ik loop vlak achter een wat luidruchtig gezin. Ik ben blij dat de kinderen pret hebben, maar ik heb het toch liever wat stiller. Om ze een flink stuk voor te laten gaan, zoek ik al dralend naar iets om te fotograferen. Daar zie ik de gelooide hoed van een vergane vliegezwam. Aan de andere kant van het pad ligt een boomstronk vol fluwelige bruine zwammetjes. Maar het klapstuk groeit nog iets verder het veld in: knaloranje zwammen op een stronk, omzoomd met gifgroen mos.
Het begint nu toch wel fris te worden, aan het eind van de middag, half november. Ik zou willen dat ik handschoenen bij me had. Op het uitzichtpunt Starrenberg kijk ik naar een Japanse prent, zoals de middagnevel een gelaagdheid in het landschap maakt. Een mistig zonnetje doet het helmgras schitteren. Wat een mooie wandeling was dit weer.
woensdag 9 november 2011
Kunstlijn 2011 impressie
![]() |
St. Bavo door een raam van het Stadhuis |
Ik start zaterdag bij de stadskweektuin, of beter gezegd, Huis ter Kleef. Daar toont het Wereldnatuurfonds de kunstwerken die gedoneerd zijn aan het project Art for Nature: geef de aarde kunstig door. Kunstenaars doneren een kunstwerk, en bedrijven die geld geven, kunnen een kunstwerk in bruikleen krijgen, met een waarde die in verhouding staat tot hun schenking. Een mooi initiatief, bedacht door Onno Westra, een vrijwilliger van het regioteam Kennemerland van het WNF.
![]() |
Bezoekers van de Expositie ‘Sieraad’ |
![]() |
Urn van de vogels, Jolanda Prinsen |
![]() |
Installatie van Naila Ajtouganova |
![]() |
In een projectie van Lars Kynde |
![]() |
Op de voorgrond: Zonder titel (2007), Esther Bruggink |
woensdag 19 oktober 2011
Herfst in de duinen
![]() |
bewijs van bronstige herten |
Het afgelopen zonnige herfstweekend heb ik drie dagen door de duinen gewandeld.
![]() |
vliegenzwam |
![]() |
meidoorn |
![]() |
koningskaars (en de dauw op de bladeren) |
![]() |
kardinaalsmuts |
![]() |
vogelmeer met aalscholvers |
![]() |
bordje op bankje bij vogelmeer |
Alle foto's zijn in de Kennemerduinen gemaakt.
Bronst 2008 van Linda Hartgring op Vimeo.
Labels:
Herten,
Kennemerduinen,
Koeien,
Paddenstoelen,
Plantjes,
Video
dinsdag 18 oktober 2011
vrijdag 14 oktober 2011
Joyriding met de scootmobiel
Een tijdje terug was een tante met wat familieleden in de buurt. Ze hadden hier een bruiloft gehad, en gingen een visje happen aan het strand. Of we zin hadden om mee te gaan? Daar hadden mijn oom die over was uit Australië en ik wel oren naar. We waren met ons zessen, geen probleem, want de familie was met de camper. In de camper stond gedemonteerd de scootmobiel van mijn tante.
Het is natuurlijk ontzettend gezond om zoveel mogelijk in beweging te blijven als je ouder wordt, en alles wat moeizamer gaat. Maar als het moeizamer gaat, dan kom je niet zo ver meer. Die scootmobiel is een uitkomst. Aan het strand zetten mijn neven in een handomdraai het ding in elkaar. Sleuteltje erin scheuren maar. Want dat gaat best hard! Moet je hem wel in stand Haas zetten. Hij kan ook op Schildpad, maar dat is voor watjes.
Ik geloof dat mijn tante best aan het idee heeft moeten wennen. Ze bleef hardnekkig met een stok lopen, terwijl mijn moeder allang aan de rollator was. Nu heeft ze onlangs haar been opengehaald tijdens een scootrondje door haar tuin. Ik vraag me af of ze toen als een schildpad of als een haas ging.
De familie dringt aan dat ik het ook eens moet proberen. Ik geneer me daar voor, de mensen laten denken dat ik gehandicapt ben en je zult het maar echt wezen. Ik wil ook niet de goden uitdagen: ik hoop nog heel lang met de eigen benenwagen toe te kunnen. De nieuwsgierigheid wint. Ik begin als een schildpad, want het is al spannend genoeg. Als ik het knopje 'vooruit' indruk sla ik zelf naar achter, zo spuit ik weg. Van schrik laat ik het knopje los en klap naar voren omdat het ding meteen stilstaat. Dat valt nog niet mee. Na wat heen en weer op de boulevard heb ik nog steeds de slag niet te pakken, maar wel de lol. En ik ben niet eens omgevallen bij het nemen van de bochten.
Het is natuurlijk ontzettend gezond om zoveel mogelijk in beweging te blijven als je ouder wordt, en alles wat moeizamer gaat. Maar als het moeizamer gaat, dan kom je niet zo ver meer. Die scootmobiel is een uitkomst. Aan het strand zetten mijn neven in een handomdraai het ding in elkaar. Sleuteltje erin scheuren maar. Want dat gaat best hard! Moet je hem wel in stand Haas zetten. Hij kan ook op Schildpad, maar dat is voor watjes.
Ik geloof dat mijn tante best aan het idee heeft moeten wennen. Ze bleef hardnekkig met een stok lopen, terwijl mijn moeder allang aan de rollator was. Nu heeft ze onlangs haar been opengehaald tijdens een scootrondje door haar tuin. Ik vraag me af of ze toen als een schildpad of als een haas ging.
De familie dringt aan dat ik het ook eens moet proberen. Ik geneer me daar voor, de mensen laten denken dat ik gehandicapt ben en je zult het maar echt wezen. Ik wil ook niet de goden uitdagen: ik hoop nog heel lang met de eigen benenwagen toe te kunnen. De nieuwsgierigheid wint. Ik begin als een schildpad, want het is al spannend genoeg. Als ik het knopje 'vooruit' indruk sla ik zelf naar achter, zo spuit ik weg. Van schrik laat ik het knopje los en klap naar voren omdat het ding meteen stilstaat. Dat valt nog niet mee. Na wat heen en weer op de boulevard heb ik nog steeds de slag niet te pakken, maar wel de lol. En ik ben niet eens omgevallen bij het nemen van de bochten.
zondag 4 september 2011
Een mediterrane barbecue, beren en vleermuizen
Vast maar weinig mensen hebben een beer in het echt gezien. Een vriendin en ik zagen er elk één in Californië, ik 32 jaar geleden in Sequoia Park, zij 5 jaar geleden in Yosemite. Beide beren figureren in verhalen over barbecuen, terwijl we op haar patio een ijsthee drinken, een reepje komkommer of pitabrood in hummus dippen, en haar man de houtskool aansteekt. Het is na maanden van kou en regen bijna onwerkelijk om deze warme zomeravond te beleven.
De druivenranken hangen over de doorgang van de keuken naar de patio. Aan de achterkant staan voor een wand van klimop twee olijfboompjes, met flink wat dood hout helaas, maar van onderaf lopen ze alweer uit. Op de vloer van okergeel gravel staan een sering en een vlinderstruik in terracotta potten. Waar de overhangende clematis van de buren in de druivenranken kruipt staat in een hoek een enorm wijnvat dat nu als regenton dienstdoet. De vijgenboom van de andere buren strekt zijn takken vol vruchten over de erfgrens.
Als de briketten gloeien, legt onze kok rode paprika’s er rechtstreeks op. Met een paar keer keren zijn ze rondom geblakerd en gaar. De vriendin schraapt het velletje eraf en snijdt ze in brede repen. Dan gaat een gietijzeren schaaltje met grote garnalen in olie, knoflook en rode peper tussen de kooltjes. Ze smaken verrukkelijk, lekker met een beetje aïoli. Het rooster gaat nu op de barbecue. Daarop legt de chef dunne plakken in de lengte gesneden courgette en aubergine, gemarineerd in wat olie en verse kruiden: rozemarijn, tijm en wilde marjolein. Als die gaar zijn gaan de lamskoteletten op het rooster, ook gemarineerd. Er komt een frisse salade op tafel. Terwijl we van het malse lam met de groenten genieten, garen met het deksel op de kogelbarbecue de met een specerijenmengsel ingesmeerde kippenbouten.
Het begint donker te worden. Wat vanuit mijn ooghoeken een achteruit vliegend musje lijkt, is een vleermuis. Bij mijn oude huis zag ik ze ook altijd, maar nu bij mijn nieuwe woning waren ze er alleen kort in het voorjaar, net wakker geworden in hun winterverblijf. En dat terwijl ik op maar tien minuten loopafstand van de vriendin woon, waar ze ze de hele zomer regelmatig gezien hebben, zoals nu ook rondvliegend langs de gevels. Ik hoop dat ik mijn vleermuizen eind deze maand weer terugzie, als ze vanuit hun zomerverblijf terugverhuizen.
De kaarsjes komen op tafel, boven ons staat de Grote Beer. Na de kip volgen tot slot gehaktballetjes, oosters gekruid en heerlijk met mangochutney. Als toetje scharen we ons rond de barbecue om marshmallows te roosteren boven de laatste gloeiende kooltjes – nou okay, geen marshmallows, maar met spekkies gaat het ook heel goed – warm en zacht van binnen, en knapperig van buiten.
De vleermuizen fotografeerde ik in 2009 in Zuid-Frankrijk.
De druivenranken hangen over de doorgang van de keuken naar de patio. Aan de achterkant staan voor een wand van klimop twee olijfboompjes, met flink wat dood hout helaas, maar van onderaf lopen ze alweer uit. Op de vloer van okergeel gravel staan een sering en een vlinderstruik in terracotta potten. Waar de overhangende clematis van de buren in de druivenranken kruipt staat in een hoek een enorm wijnvat dat nu als regenton dienstdoet. De vijgenboom van de andere buren strekt zijn takken vol vruchten over de erfgrens.
Als de briketten gloeien, legt onze kok rode paprika’s er rechtstreeks op. Met een paar keer keren zijn ze rondom geblakerd en gaar. De vriendin schraapt het velletje eraf en snijdt ze in brede repen. Dan gaat een gietijzeren schaaltje met grote garnalen in olie, knoflook en rode peper tussen de kooltjes. Ze smaken verrukkelijk, lekker met een beetje aïoli. Het rooster gaat nu op de barbecue. Daarop legt de chef dunne plakken in de lengte gesneden courgette en aubergine, gemarineerd in wat olie en verse kruiden: rozemarijn, tijm en wilde marjolein. Als die gaar zijn gaan de lamskoteletten op het rooster, ook gemarineerd. Er komt een frisse salade op tafel. Terwijl we van het malse lam met de groenten genieten, garen met het deksel op de kogelbarbecue de met een specerijenmengsel ingesmeerde kippenbouten.
Het begint donker te worden. Wat vanuit mijn ooghoeken een achteruit vliegend musje lijkt, is een vleermuis. Bij mijn oude huis zag ik ze ook altijd, maar nu bij mijn nieuwe woning waren ze er alleen kort in het voorjaar, net wakker geworden in hun winterverblijf. En dat terwijl ik op maar tien minuten loopafstand van de vriendin woon, waar ze ze de hele zomer regelmatig gezien hebben, zoals nu ook rondvliegend langs de gevels. Ik hoop dat ik mijn vleermuizen eind deze maand weer terugzie, als ze vanuit hun zomerverblijf terugverhuizen.
De kaarsjes komen op tafel, boven ons staat de Grote Beer. Na de kip volgen tot slot gehaktballetjes, oosters gekruid en heerlijk met mangochutney. Als toetje scharen we ons rond de barbecue om marshmallows te roosteren boven de laatste gloeiende kooltjes – nou okay, geen marshmallows, maar met spekkies gaat het ook heel goed – warm en zacht van binnen, en knapperig van buiten.
De vleermuizen fotografeerde ik in 2009 in Zuid-Frankrijk.
dinsdag 23 augustus 2011
Blauw gevederde logé
Bob heeft een weekje bij me gelogeerd. Bob is een kleine grasparkiet met een grote persoonlijkheid. Hoeveel eigenheid kan een klein vogeltje hebben? Veel: de vriendin bij wie Bob woont vertelt dat ze nu drie parkieten gehad heeft, en dat ze alledrie compleet verschillend waren.
Ik moet wel een beetje wennen aan Bob (Bob lijkt geen moeite met mij te hebben). Of niet zozeer aan Bob, maar aan zijn intense aanwezigheid. Omdat hij vrij rondvliegt, moet ik zorgvuldig de deuren dicht houden. Gelukkig vergeet ik dat niet één keer. Lastiger is dat Bob graag gezellig mee komt liften zodra ik opsta. Maar hij mag niet mee de kamer uit. Als ik hem van mijn schouder op mijn hand probeer te laten overstappen (om hem bij zijn kooitje af te zetten) loopt hij achteruit en pikt naar mijn vinger. Erg grappig, maar niet effectief.
Dan gaan we maar even vogeltjes kijken, een dagelijks ritueel. Voor het raam kijken we wat er in de tuin gebeurt. Een kauw vliegt voorbij. Bob kwettert enthousiast, en sluit af met 'Bob is lief hè'. In de stem van die vriendin, een vreemde gewaarwording, alsof ze in de geest aanwezig is. Het is een sport om te verstaan wat hij nog meer kan zeggen. Dat is wel met een vaag gevoel van voyeurisme, afluisteren wat die vriendin allemaal tegen hem zegt. Hij zegt niets onvertogens, hoor. Ik onderscheid nog: 'goedzo', 'lekker slapen', 'welterusten' en 'kletskous'. Hij zegt meer, heel levendig, maar onverstaanbaar voor me. Ik let voor de zekerheid goed op wat ik zelf tegen hem zeg.
Bob kan ook prachtig fluiten. Dat is omdat de vriendin het zo mooi heeft voorgedaan, heel gevoelig, met trillertjes erin enzo. Hij kan natuurlijk ook als zichzelf fluiten. Hij heeft een arsenaal aan tjilpen, tjirpen, een beetje knerpen, kwetteren, en dat op verschillende geluidssterktes. Regelmatig zit hij op zijn praatstoel zijn repertoire af te werken, afgewisseld met gebabbel. Hele conversaties houdt hij in zijn eentje. Hij lijkt sowieso niet eenzaam te zijn, hij heeft vriendjes in elk spiegelend oppervlak.
Ik ben me steeds erg bewust van zijn aanwezigheid, en mijn verantwoordelijkheid voor zijn welzijn. Bob maakt een ontspannen en comfortabele indruk, daar ligt het niet aan, het zit in mijn eigen beleving. Ik vind het ook minder prettig dat hij overal poept. Dat zijn weliswaar heel kleine poepjes die snel indrogen en gemakkelijk te verwijderen zijn, maar toch.
Bob is gezellig, we hebben het knus samen. Hij komt vaak op mijn hoofd of schouder zitten. Op mijn knie gezeten doet hij uitgebreid zijn coiffure, terwijl ik tv kijk. Of hij kletst een beetje, met af en toe een hazenslaapje tussendoor. Ik heb me deze week erg geamuseerd met Bob, het is een schatje en hij is grappig. Ik ben ook blij dat hij nu weer bij de vriendin is. En zij ook.
Ik moet wel een beetje wennen aan Bob (Bob lijkt geen moeite met mij te hebben). Of niet zozeer aan Bob, maar aan zijn intense aanwezigheid. Omdat hij vrij rondvliegt, moet ik zorgvuldig de deuren dicht houden. Gelukkig vergeet ik dat niet één keer. Lastiger is dat Bob graag gezellig mee komt liften zodra ik opsta. Maar hij mag niet mee de kamer uit. Als ik hem van mijn schouder op mijn hand probeer te laten overstappen (om hem bij zijn kooitje af te zetten) loopt hij achteruit en pikt naar mijn vinger. Erg grappig, maar niet effectief.
Dan gaan we maar even vogeltjes kijken, een dagelijks ritueel. Voor het raam kijken we wat er in de tuin gebeurt. Een kauw vliegt voorbij. Bob kwettert enthousiast, en sluit af met 'Bob is lief hè'. In de stem van die vriendin, een vreemde gewaarwording, alsof ze in de geest aanwezig is. Het is een sport om te verstaan wat hij nog meer kan zeggen. Dat is wel met een vaag gevoel van voyeurisme, afluisteren wat die vriendin allemaal tegen hem zegt. Hij zegt niets onvertogens, hoor. Ik onderscheid nog: 'goedzo', 'lekker slapen', 'welterusten' en 'kletskous'. Hij zegt meer, heel levendig, maar onverstaanbaar voor me. Ik let voor de zekerheid goed op wat ik zelf tegen hem zeg.
![]() |
Spiegelvriendje in een stoelpoot |
Ik ben me steeds erg bewust van zijn aanwezigheid, en mijn verantwoordelijkheid voor zijn welzijn. Bob maakt een ontspannen en comfortabele indruk, daar ligt het niet aan, het zit in mijn eigen beleving. Ik vind het ook minder prettig dat hij overal poept. Dat zijn weliswaar heel kleine poepjes die snel indrogen en gemakkelijk te verwijderen zijn, maar toch.
Bob is gezellig, we hebben het knus samen. Hij komt vaak op mijn hoofd of schouder zitten. Op mijn knie gezeten doet hij uitgebreid zijn coiffure, terwijl ik tv kijk. Of hij kletst een beetje, met af en toe een hazenslaapje tussendoor. Ik heb me deze week erg geamuseerd met Bob, het is een schatje en hij is grappig. Ik ben ook blij dat hij nu weer bij de vriendin is. En zij ook.
zondag 24 juli 2011
De echte Tour de France
In 2008 kwam de Tour de France vlak langs waar ik met vakantie was. Je zou denken dat het bij de Tour de France om de renners gaat, en dat is ongetwijfeld waar als je het op tv volgt (alhoewel ik vaak hoor dat mensen kijken vanwege het landschap). Wanneer je zelf langs de route staat, gaat het amper om de renners. Het werkelijke vermaak draait om de reclamekaravaan. Die duurt ook veel langer, de renners zijn zo voorbij.
Nu ik de video (hieronder) terugzie, moet ik er weer om lachen. Het is een gezellige vakantiefilm geworden. Er zitten een paar minder mooie lassen in, maar vooruit. Ter verduidelijking: de mensen roepen afwisselend ‘à nous, à nous!’ (naar ons, naar ons!) en ‘ici, ici!’ (hier, hier!). Aan het eind komt er een recreatieve fietser achteraan, een Hollander nota bene. Hij dacht dat het wel kon, maar de gendarme dacht daar anders over. Billie, waar we ten slotte aan refereren, is een hondje, maar misschien spreekt dat voor zich.
Veel plezier!
Nu ik de video (hieronder) terugzie, moet ik er weer om lachen. Het is een gezellige vakantiefilm geworden. Er zitten een paar minder mooie lassen in, maar vooruit. Ter verduidelijking: de mensen roepen afwisselend ‘à nous, à nous!’ (naar ons, naar ons!) en ‘ici, ici!’ (hier, hier!). Aan het eind komt er een recreatieve fietser achteraan, een Hollander nota bene. Hij dacht dat het wel kon, maar de gendarme dacht daar anders over. Billie, waar we ten slotte aan refereren, is een hondje, maar misschien spreekt dat voor zich.
Veel plezier!
zaterdag 2 juli 2011
Aalscholvers in het Renbaanveld
Afgelopen vrijdag besloten mijn wandelmaat en ik weer eens bij de aalscholvers in de Amsterdamse Waterleidingduinen te gaan kijken. Zou alles al uitgevlogen zijn, of zouden de jongen nog op de nesten zitten?
Langs het Sprenkelkanaal en door het Eendenvlak kwamen we uit op de groene route, toen een bui losbarstte. Onder het schuilen probeerden we ons te herinneren waar we ook alweer onder de stroomdraad door moesten om goed uit te komen bij het Renbaanveld. Nadat de bui was overgedreven zijn we maar gewoon op de gok de Kruispan doorgestoken, maar bij de stroomdraad aan de andere kant wisten we nog steeds niet waar we precies zaten. Moesten we meer rechts of meer links aanhouden om het pad te vinden?
We volgden een hertenpaadje het sprookjesbos in. De vogels op het meer konden we niet horen om een richting te kunnen bepalen. We kwamen - na veel kruip door sluip door - uiteindelijk halverwege het Renbaanveld uit op de Tribune: de zandrug ten noordoosten van het meer, die voor ons blijkbaar als geluidswal had gefunctioneerd. Het meer zag zwart van de aalscholvers! En wat een herrie, nu we eenmaal bovenop stonden.
Om het meer heen liepen we weer naar het zuiden. Langs de oever stond watermunt. En brandnetel, maar ja, je moet er wat voor over hebben om een waterslak te fotograferen. Eenden zwommen weg, met wel zes pullen. Een meerkoetje gaf een schaduwvoorstelling. Hoe dichter bij de bomen met de nesten van de aalscholvers, hoe intenser het naar vissige stront begon te stinken. Daar zaten ze! Groot, maar toch wat donzig, volgens mij waren dit echt nog jongen op de nesten. Verder veel volwassen vogels. Onopvallend en krakende takjes vermijdend kon ik zachtjes naderbij sluipen zonder onrust te veroorzaken.
Tevreden dat we ze hadden kunnen fotograferen zonder dat er iemand op ons hoofd gepoept had, liepen we verder. Nu over het pad richting de Oude Vinkenbaan. En wie hadden we daar: de vos, ongetwijfeld dezelfde die ik eerder in deze buurt gefotografeerd had (zie Vos in beeld). Toen hij ons zag, keek hij ons even onderzoekend aan. Voor de zekerheid liep hij in een boogje door de bosrand om ons heen, zijn pad vervolgend.
Langs het Sprenkelkanaal en door het Eendenvlak kwamen we uit op de groene route, toen een bui losbarstte. Onder het schuilen probeerden we ons te herinneren waar we ook alweer onder de stroomdraad door moesten om goed uit te komen bij het Renbaanveld. Nadat de bui was overgedreven zijn we maar gewoon op de gok de Kruispan doorgestoken, maar bij de stroomdraad aan de andere kant wisten we nog steeds niet waar we precies zaten. Moesten we meer rechts of meer links aanhouden om het pad te vinden?
We volgden een hertenpaadje het sprookjesbos in. De vogels op het meer konden we niet horen om een richting te kunnen bepalen. We kwamen - na veel kruip door sluip door - uiteindelijk halverwege het Renbaanveld uit op de Tribune: de zandrug ten noordoosten van het meer, die voor ons blijkbaar als geluidswal had gefunctioneerd. Het meer zag zwart van de aalscholvers! En wat een herrie, nu we eenmaal bovenop stonden.
Om het meer heen liepen we weer naar het zuiden. Langs de oever stond watermunt. En brandnetel, maar ja, je moet er wat voor over hebben om een waterslak te fotograferen. Eenden zwommen weg, met wel zes pullen. Een meerkoetje gaf een schaduwvoorstelling. Hoe dichter bij de bomen met de nesten van de aalscholvers, hoe intenser het naar vissige stront begon te stinken. Daar zaten ze! Groot, maar toch wat donzig, volgens mij waren dit echt nog jongen op de nesten. Verder veel volwassen vogels. Onopvallend en krakende takjes vermijdend kon ik zachtjes naderbij sluipen zonder onrust te veroorzaken.
Tevreden dat we ze hadden kunnen fotograferen zonder dat er iemand op ons hoofd gepoept had, liepen we verder. Nu over het pad richting de Oude Vinkenbaan. En wie hadden we daar: de vos, ongetwijfeld dezelfde die ik eerder in deze buurt gefotografeerd had (zie Vos in beeld). Toen hij ons zag, keek hij ons even onderzoekend aan. Voor de zekerheid liep hij in een boogje door de bosrand om ons heen, zijn pad vervolgend.
maandag 27 juni 2011
Excursie rituele planten Huis ter Kleef
![]() |
De hovenier vertelt |
![]() |
Keltisch Bomenorakel |
![]() |
Bovenop de ruïne |
![]() |
Bovenop de ruïne |
![]() |
Vijg in de avondzon |
![]() |
Zaadpluis van de Gele Morgenster |
Voor de geschiedenis van Huis ter Kleef heb ik dankbaar geput uit het boekje ‘Huis ter Kleef’ door Andrea Bloem, een uitgave van het Natuur- en Milieucentrum Ter Kleef – gemeente Haarlem, uit juli 2000.
![]() |
Vrijwilligster onder de walnoot |
Abonneren op:
Posts (Atom)