zaterdag 20 februari 2016

Geluksroute Haarlem 2016: van hart tot hart

[ Collage van een deelnemer ]
Aaah, de Geluksroute, afgelopen 6 en 7 februari, wat was het fijn, wat was het fijn. In aanloop naar de Geluksroute waren er alvast enkele Gelukscafés, ter voorpret en om praktische zaken door te spreken. Het motto van Sandra Brandt, coördinator van de Geluksroute in Haarlem, was helder: “Laat het gewoon gebeuren, het kan niet mislukken”. Tijdens een van die cafés vroeg iemand me wat ik ging doen. Tja, geluk plukken, maar oh wat kriebelde het om zelf ook geluksbrenger te zijn. Dat was op een donderdagavond. Dat weekend verzon ik met Sandra’s woorden in gedachten mijn workshop ‘Collagekaart van je Hart’, en op maandag kreeg ik mijn plek bij HOF20. Nu was het echt!

[ Mijn eigen collages als voorbeelden ]
Ik bedacht wat ik precies wilde overbrengen met mijn workshop, wat ik ervoor nodig had, hoeveel mensen ik zou kunnen verwachten en hoe ik het moest organiseren. Ik sneed de blanco kaarten op maat, maakte kaders, kocht lijmstiften, en verzamelde tijdschriften en scharen. Als visitekaartjes maakte ik minicollages. Bij Haarlem105 op de radio vertelde ik net als veel andere geluksbrengers over wat ik met de Geluksroute ging doen. Niet mijn eerste keer op de radio, maar nog steeds spannend! Dank aan Johan Rijbroek voor het nasturen van het interview met hem, zodat ik het kon terugluisteren (en jullie nu ook). Naast het voorwerk voor mijn eigen activiteit hielp ik mee bij Dé Plek, Waarderweg 19. Dat is een nieuwe bruisplek in Haarlem, het knettert er van creativiteit, verbinding en ondernemerslust. We hingen sfeerlichtjes, decoratie en bewegwijzering op, kuisten de toiletten, de binnenruimten en de parkeerplaats, vulden en stempelden de zakjes met informatie voor de geluksplukkers, en aten samen, dankbaar voor deze cocreatie. De Geluksroute kon beginnen.

[ Collage van een deelnemer ]
Op zaterdag 6 februari ben ik enkel geluksplukker. ‘s Ochtends doe ik bij Mia Macke een workshop Familieopstellingen. Degene die de vraag inbrengt plaatst (enkele) deelnemers in een opstelling om een aspect of rol te vertegenwoordigen. In het proces dat volgt verandert die opstelling, waardoor als het ware het patroon geheeld wordt. Dit is mijn eerste ervaring met systeemwerk en het is fantastisch om mee te maken! Ik mag meedoen als representant. Het verrast me hoe gemakkelijk ik in het energiepatroon stap: ik reageer in mijn gedrag en gevoel op wat de opsteller uitstraalt. En als dat verandert, is mijn houding ook anders. Je denkt dat je uit jezelf handelt, maar dit leert me hoe onbewust je reageert op de energie van de ander, en dus hoe het uitmaakt wat je uitstraalt voor hoe een ander op jou reageert.

Na de lunch ga ik naar ‘Je bent nu hier’ aan de Zijlweg 46, voor een lezing van Ellen Akkerman over het gedachtegoed van Brené Brown. Ik heb nog even de tijd. Rick Shamier staat buiten Free Hugs uit te delen. Dat ziet er zo vrolijk uit, dat ik ook een bordje met ‘Free Hugs’ pak en meedoe. Wat een leuke reacties! Mensen die stuurs doorfietsen, mensen die lachend doorfietsen, mensen die afstappen voor een knuffel. Evenzo met de wandelaars. En het toeval wil dat net de cameraman van Haarlem105 langskomt...



[ Collage van een deelnemer ]
Na de lezing voel ik onrust, ik wil weer langs Mia. Die middag geeft ze individuele consulten, waarbij je geen mensen maar voorwerpen opstelt. Als ik aankom is er niemand voor me, het lijkt wel alsof ze op me zit wachten. Ik heb die ochtend gemerkt dat je als deelnemer aan een opstelling het energiepatroon kan voelen en erop kan reageren. Maar hoe moet dat met levenloze voorwerpen? Ik kies voorwerpen uit die mijzelf en mijn familieleden vertegenwoordigen. Het klopt, de voorwerpen kloppen echt bij de mensen, bizar. En ik kan voelen wat er gebeurt als we de opstelling doorwerken. Dit geeft niet slechts inzicht, voor mijn gevoel is het energiepatroon van mijn familie echt veranderd, hersteld. Dit is niet uit te leggen, dit moet je meemaken.

[ Mijn workshop bij HOF20 ]
De volgende dag heb ik ‘s ochtends bij HOF20 mijn eigen workshop, Collagekaart van je Hart. Tot mijn verbazing zie ik die net zo ontspannen tegemoet als ik hem voorbereid heb. Het motto van Sandra Brandt is blijkbaar goed bij me aangekomen. We richten de opkamer in met een grote tafel op schragen. Optimistisch zet ik er zes stoelen omheen, voor vijf deelnemers en dan kan ik zelf ook nog zitten. Zodra ik ben geïnstalleerd druppelen de eerste mensen binnen. Ik geef wat aanwijzingen voor hoe ze het maken van de collage kunnen aanpakken, zowel praktisch als qua intentie, en ze gaan aan de gang. Een echtpaar schuift erbij aan, mevrouw maakt een collage en mijnheer gaat gezellig een tijdschrift zitten lezen. Algauw moet hij verkassen naar het zithoekje in de opkamer, want er willen nog meer mensen meedoen. Ik geef mijnheer een kopje thee erbij en sleep meer stoelen aan. En nog meer stoelen, het wordt steeds drukker, de mensen moeten inschikken. Met rode konen help ik iedereen op weg, stuur wat bij, geef feedback. Iedereen is enthousiast en er ontstaan de prachtigste collages, dit is zo inspirerend! Als ik even ga zitten om een boterham te eten merk ik hoe moe ik ben van deze intensieve uren. De workshop loopt op zijn eind, we ruimen de tafel leeg voor de volgende geluksbrenger. Een van de shiatsutherapeuten verbonden aan HOF20 verwent me met een verrukkelijke stoelmassage en ik kom weer helemaal bij.

[ Collage van een deelnemer ]
Nagloeiend van mijn workshop en de massage breng ik de materialen van mijn workshop naar huis. Ik spring gelijk weer op de fiets om naar Dé Plek te gaan. Ik wil heel graag het labyrint lopen, dat daar op zolder uitgelegd ligt. In het eerste jaar van de Geluksroute heb ik het labyrint gelopen dat toen in de Oude Bavo getekend lag. Dat was een bijzondere ervaring: met elke stap meer naar binnen tredend, tot je in het centrum aankomt. Daar even verwijlen, en dan de weg terug naar de buitenwereld. Het pand in de Waarderpolder heeft een heel andere sfeer dan de kerk, maar dat blijkt niets uit te maken. Er speelt serene muziek, mensen die vanaf de buitenkant toekijken praten niet, of zachtjes. In het labyrint lopen enkele mensen, ingekeerd en in hun eigen tempo. Voorafgaand mag je een kaart trekken; ik trek ‘Start’, dat staat voor een nieuw begin. Inderdaad, dit is een nieuw begin voor me. Ik maak weer deel uit van het leven, maar niet meer hoe ik was. Net als de voorgaande drie edities voelt deze Geluksroute voor mij als een sleutelmoment. In het labyrint rollen de tranen over mijn wangen. Niet van verdriet, maar van ontroering, van trots op mezelf, van dankbaarheid voor de mensen in mijn leven, voor de verbinding die ik met hen om me heen voel, de liefde. De weg van het midden terug naar buiten voel ik me lichter, ruimer worden, alsof ik meer lucht heb, een last heb achtergelaten.

[ Foto: Sandra Brandt ]
Beneden in de zaal zit ik een tijd in een hoekje achteraf op een zachte bank, met mijn ogen dicht, stilletjes luisterend naar het geroezemoes verderop. Ik ben op, na dit immens fijne en intensieve weekend. Zal ik gewoon naar huis gaan en de stadspicknick overslaan? Als ik eindelijk opsta, staat het eten klaar. Ik schep toch maar een bordje op en schuif aan, genietend van het gezelschap. De sfeer is aangenaam en rustig. Na het eten speelt de band Tardis, met een mooie zangeres, drie akoestische gitaren en een cajón. De muziek is als een warm bad. Ik eindig de Geluksroute in de ballenbak voor volwassenen (hoewel ook zeer geliefd bij kinderen). Op de witte ballen staan vragen die je kunt stellen om elkaar beter te leren kennen. Met vier mensen in de bak en twee aan de buitenkant wisselen we van gedachten over wat de vragen oproepen. Ik ben gelukkig.

donderdag 21 januari 2016

Geluksroute Haarlem 2016: van geluksplukker tot geluksbrenger

De eerste keer dat de Geluksroute in Haarlem was, was ik net terug uit Frankrijk van de crematie van mijn zus. Enkele weken eerder had mijn moeder een herseninfarct gehad, terwijl ik net een paar maanden daarvoor de diagnose van een schildklierziekte gekregen had. Ik was kapot, leeg, daas, maar tot nu toe stond ik nog overeind. Het zware werk moest nog beginnen: de emotionele, administratieve en praktische verwerking van alles. In het oog van de storm dompelde ik me onder in het warme bad van verbinding, inspiratie en blijheid dat de Geluksroute is. Ik zweefde van knutselworkshop naar schrijfsessie, naar yoga, naar stadspicknick, en alles ertussenin.

De tweede editie van de Geluksroute in Haarlem vierde ik dat ik het eerste jaar van rouw achter de rug had. De derde editie was ik uitgeput omdat ik daarna ingestort was in plaats van bijgetrokken. Maar haptotherapie, yoga, meditatie en shiatsu hebben me erbovenop geholpen. En nu, bij de vierde editie, doe ik voor het eerst niet alleen mee als geluksplukker, maar ook als geluksbrenger, een wens die ik vanaf de allereerste keer had.

[ Verjaardagskaart voor vriendin ]
Tijdens mijn herstel maakte ik collages van teksten en afbeeldingen die ik uit tijdschriften knipte. Het was en is voor mij een manier om mijn innerlijke beelden zichtbaar te maken voor mezelf. Een schaar, oude tijdschriften, een plakstift en een ondergrond, meer heb je niet nodig. Zelfs geen fantasie. Knip alles uit wat je raakt, waar je je toe aangetrokken voelt, al dan niet met een vraag of thema of persoon in gedachten. Je zult verbaasd staan over de kracht van het beeld dat ontstaat als je de knipsels bij elkaar brengt in een collage. Kom het ook ervaren! Tijdens de Geluksroute Haarlem, op zondag 7 februari tussen 10.30u en 12.30u: ‘Collagekaart van je Hart’, bij HOF20 - vitale mensen in vitale organisaties.

Of pluk je geluk bij een of meer van de vele andere geluksbrengers op de komende Geluksroute Haarlem, 6 en 7 februari 2016.

De Geluksroute is een gratis evenement. Het meeste is te regelen vanuit overvloed en overwaarde, maar voor de praktische kosten en speciale projecten is een crowdfundingcampagne gestart. Maak je de geluksroute komend jaar mede mogelijk? Doneren kan al vanaf 7 euro.

dinsdag 10 november 2015

De kunst van Alzheimer

[ Portret van mijn moeder, 2e versie ]
Het eerste weekend van november vindt in Haarlem en omgeving de Kunstlijn plaats. Op de open ateliers en alle exposities komen massa’s bezoekers af. Voor zondag heb ik met een vriendin afgesproken om rond te kijken, maar op zaterdag wil ik alvast een bijzondere expositie beleven: ‘Zolang ik er ben, het dilemma van de vervliegende geest’. Het is een tentoonstelling bij het gelijknamige boek in wording. Tijdens de Kunstlijn zijn in verpleeghuis Overspaarne tekeningen te zien van Christel Bouwmeester. Zij vraagt zich af wat iemand met Alzheimer ziet, wat er gebeurt in dat hoofd. Om dat in te voelen maakt zij ‘blind’ portretten, dat wil zeggen, zonder op het papier te kijken. Hoe voelt het om te tekenen zonder controle, zonder oriëntatie? Bezoekers mogen zelf een blind portret maken en dat wil ik graag proberen.

Ruim tweeënhalf jaar geleden werd mijn moeder na een herseninfarct opgenomen op een gesloten psychogeriatrische afdeling, met de diagnose ‘mengbeeld Alzheimer en vasculaire schade door het infarct’. Zij heeft altijd veel getekend en geschilderd, en nu nog gaat ze wekelijks naar de tekenclub in het tehuis waar ze woont. Zij zou deze expositie vast enorm kunnen waarderen, en hoe zou ze het blind tekenen ervaren? Ik zie op tegen de tour de force met de rolstoel maar besluit haar toch op te halen. Mijn moeder is zoals altijd blij verrast me te zien: “He, was je in de buurt?” Het zou kunnen dat ze denkt dat ik uit Haarlem kom terwijl zij nu in Brabant zit, of andersom. Ze heeft wel zin in een uitje. Een van de verzorgenden heeft het persbericht van de tentoonstelling gezien. “Hoe heet het ook alweer,” probeert ze zich te herinneren, “’Haal me hier weg’ of iets dergelijks?”

Er staat toevallig een rolstoel met stevig opgepompte banden klaar, waar anderen net mee weg zijn geweest. Ik hijs mijn moeder in haar jas. Ze reikt naar haar rollator, maar ik trek de rolstoel erbij. Om te beginnen gebruikt ze die als rollator door erachter te lopen; als ze moe is kan ze erin gaan zitten en duw ik haar. Ik wijs haar de weg naar de uitgang. De knieën zijn stijf, maar aan het eind van de gang gaat het al wat beter. Als we de straat uitkomen is het genoeg en wil ze zitten. Maar goed ook, want het is druk op straat en ik vrees voor de enkels van de mensen. De rolstoel piept en kraakt en steunt op zijn smalle bandjes, maar ‘krakende wagens lopen het langst’ stel ik mezelf gerust. Ik doe voorzichtig bij alle stoepen, één keer maar lanceer ik mijn moeder bijna voorover als een één centimeter hoge rand een te grote hobbel blijkt. Wachten op het stoplicht duurt mijn moeder te lang. “Zullen we vast oversteken?” stelt ze voor. “Nee ma, het is hier knetterdruk en ik heb geen overzicht.” “Ik zal er maar even uitgaan dan hè,” zegt ze terwijl ze vast op gaat staan, “dat is handiger met oversteken.” “Nee, nee, blijf nou zitten!” reageer ik geschrokken, “het is echt veel makkelijker als ik jou duw.” Ze geeft zich gewonnen. Een paar straten verder kijkt ze bezorgd naar het kanaal aan de linkerkant. Ik houd goed afstand tot het water. Nog een bruggetje en we zijn er.

Bij Overspaarne worden we verwelkomd met thee en koffie. Als we wat geacclimatiseerd zijn gaan we rustig alle portretten bekijken. Mijn moeder leeft op, ze kan zo genieten van kunst! En van portretten helemaal, die tekende ze vroeger ook veel. Ze bekijkt elk portret met grote aandacht. Ik vraag of ze ook wil tekenen, dat we elkaar dan zullen tekenen. Dat hoeft van haar niet: “Mijn handen zijn de laatste tijd zo opgezet en raar.” Ik zeg dat dat al heel lang zo is, en dat ze hier lekker dikke potloden hebben, dan hoeft ze minder verkrampt te knijpen. Na enig aandringen wil ze dan wel even een potlood vasthouden om te voelen hoe dat is. Verrast constateert ze dat het prima gaat. Bij haar op de tekenclub hebben ze een opzetstuk om potloden dikker te maken, maar dat wil ze nooit. Ik vermoed dat ze nooit iets wil omdat haar hoofd blokkeert als ze over een vraag moet nadenken.

[ Portret van mijn moeder, 1e versie ]
We gaan tegenover elkaar zitten met elk een blanco vel voor ons en een dik potlood in de hand. “Je mag niet op het papier kijken,” zeg ik. “Oh maar ik kijk wel gewoon hoor,” zegt ze terug. Ik refereer aan dat ze dat vroeger ook gedaan heeft, ‘blind’ tekenen, dat weet ik nog, maar daar heeft ze geen boodschap aan. Zij tekent zoals ze dat altijd doet, punt uit. Terwijl ze op de tekenclub het eerste half uur niets doet door alle afleiding, begint ze hier na enkele aansporingen al mijn portret te tekenen. Ik ga haar wel blind tekenen, maar onwillekeurig kijk ik voortdurend op het vel. Ik houd mijn linkerhand erboven om mijn blik tegen te houden. Ik let nergens op en schets gewoon, maar ik raak al gauw de kluts kwijt omdat ik geen idee heb waar ik een haarlijn, neus of kin gezet heb, zodat ik niet weet waar ik moet mikken voor de ogen en schouders. Gedesoriënteerd dus, als een Alzheimerpatiënt. Mijn oog valt op mijn moeders handen en ik teken die op de gok onderaan het vel erbij. Ik schrik als ik het resultaat zie: een fascinerende chaos, bij elkaar gehouden door haar ketting die lijkt op een uitgezakt kunstgebit en de handen die de tekening een basis geven. Dat kan beter, ik begin overnieuw op de achterkant. Mijn moeder tekent ondertussen goed kijkend verder aan mijn portret.

Bij mijn tweede poging probeer ik welbewust te coördineren waar ik het potlood zet. Het opschroeven van de controle geeft een aanzienlijk beter resultaat. Hoewel vervreemdend verwrongen lijkt het portret toch op mijn moeder. Nog even gericht wat (ongecontroleerd) water erover spuiten en met de vingers uitvegen en het portret is af. Mijn moeder is inmiddels ook klaar met tekenen. Ik herken mijn krullenkop. De ogen zijn intens, geprononceerde neusgaten. Bij mijn mond had ze blijkbaar geen zin meer, die is alleen dun opgezet. De mensen van ‘Zolang ik er ben’ zijn onder de indruk van haar tekening. Ze vertellen meer over het project en wat ze ermee beogen: mensen met Alzheimer een stem geven, te vertellen hoe het is om met Alzheimer te leven, met kunst als ingang daartoe. Mijn moeder luistert geïnteresseerd toe. Omdat haar taal en sociale reacties nog zo goed zijn, komt ze niet bepaald dement over, ook niet voor haarzelf. Ze merkt wel dat haar geheugen achteruit gaat en dat ze zich “de laatste tijd zo wazig voelt”.

[ Portret van mij door mijn moeder ]
Het was een intensieve middag, we gaan op huis aan. “Waar gaan we heen?” vraagt ze. “Naar huis,” antwoord ik in het algemeen. “Waar gaan we naartoe?” vraagt ze even later weer. “Naar het verpleeghuis, daar woon je,” antwoord ik nu. “O ja,” zegt ze, en vervolgens: “Moeten we dan niet de andere kant op?” “Nee, dat was vroeger,” leg ik uit, verbaasd dat ze die richting blijkbaar nog wel weet. “Waar woon ik nu dan?” “In het verpleeghuis.” “O ja.” Het duwt best zwaar, die glooiende bruggen over. “Wil jij even zitten?” biedt mijn moeder aan. “Nee hoor ma, het gaat wel, we zijn er bijna.” “Waar gaan we ook alweer naartoe?”

Vlak voor de ingang van het verpleeghuis komen we mijn docente van de schrijfcursus tegen, toevallig ook de dochter van een vroegere medebewoonster van mijn moeder. Mijn hersens raken in de war door de overlapping van twee contexten. “Dit is... mijn filosofiedocente,” floep ik eruit, de schrijvende filosoof uit de laatste les nog in gedachten. Erfelijk belast, grap ik vanbinnen. “Kent u me nog?” vraagt mijn docente als ze zich aan mijn moeder voorstelt. Ze legt uit wie ze is. “O ja hoor!” reageert mijn moeder enthousiast. Ik heb geen idee of ze echt nog een glimp van herkenning heeft of dat ze meespeelt met de situatie. Maar ach, wat maakt het ook uit.

Om het boek te kunnen realiseren zijn er donaties nodig. Je kunt ook bijdragen met je verhaal over je ervaringen met Alzheimer. Zie de website www.zolangikerben.nl

vrijdag 13 september 2013

Bergen en dalen

Vorige week traden Saskia & Serge op in het verpleeghuis waar mijn moeder tegenwoordig woont. Je weet wel, van Zomer in Zeeland en Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen. Ik ging langs om gedag te zeggen voor ik naar de Ardennen ging en viel met mijn neus in de boter. Wat een feest! Geen zielige uitgebluste artiesten van een paar decennia geleden, maar een dynamisch duo met mooie liedjes dat de hele zaal meekreeg, mijzelf incluis. Die ochtend had de kringloopwinkel de laatste spullen van waarde uit mijn moeders oude huis meegenomen, een vrachtwagen vol. Mijn taak in de ontruiming zat erop, want de vloerbedekking haalt iemand anders eruit.

Omdat mijn taak erop zat, voelde ik me vrij om mee te gaan met een grote vriendengroep naar de Ardennen: 16 volwassenen en 10 kinderen in een huisje op een berg. Dat lijkt druk, maar dat valt reuze mee. Je ziet iedereen ’s ochtends en ’s avonds, en overdag trekken we er in kleine groepjes op uit. Ik sluit me aan bij de wandelaars. We lopen door bemoste bossen, over vlonderpaden door het veen, langs weilanden, door dorpjes. ’s Avonds genieten we van barbecue, open haard, het voetbalspel en het zwembad. We hebben plezier, en goede gesprekken.

Een weekend Ardennen is onvoldoende om bij te komen van het afgelopen jaar. Thuis zit ik weer tussen de resten van twee ontruimde huizen. Het was fysiek belastend, met mijn trage schildklier, en ook in emotioneel opzicht was het zwaar. Juist degene met wie ik dit had willen delen, mijn zus, was er niet meer, en ik voelde me dubbel eenzaam. Ik vond het moeilijk me staande te houden tussen meningen over hoe ik het moest aanpakken. Met de beste bedoelingen probeerden sommigen me ertoe te bewegen zoveel mogelijk weg te doen. Gelukkig waren er anderen die begrepen waarom ik dingen wilde houden, in elk geval voorlopig.

Ik voelde me de enige verantwoordelijke. Ik voerde alle correspondentie (en nog), in het Frans voor de afwikkeling van de nalatenschap van mijn zus, en ik hield familie en vrienden op de hoogte van de ontwikkelingen. Dat was vooral intensief in de eerste maanden. Ik heb alle administratie van mijn moeder op me genomen, en alle nodige wijzigingen doorgevoerd. Is mijn Amerikaanse broer nog mee geweest naar Frankrijk, bij het huis van mijn moeder stond ik er alleen voor. De zomer vond ik het ergst, toen iedereen op vakantie was, inclusief de psycholoog tot wie ik me had gewend.

Ik heb wel hulp gehad en daar ben ik zeer dankbaar voor, want die hulp was onmisbaar. Een goede vriend en mijn nicht met haar man hebben me veel geholpen. Zij sloegen spijkers met koppen toen ik dat niet meer op kon brengen en hebben me er doorheen gesleept. Ook een vriendin van mijn zus in Frankrijk is goud waard, zij neemt vele zaken voor haar rekening en regelt alles wat voor mij vanuit Nederland niet te doen zou zijn.

Het Ardennenweekend was precies een jaar na de diagnose van mijn schildklierziekte. Na een jaar zoeken naar de juiste dosering vervangend schildklierhormoon lijkt het erop dat ik er bijna ben. Ik hoop dat dan ook de vermoeidheid, en de spier- pees- en gewrichtspijnen zullen verdwijnen, of die nu van de ziekte of van de stress komen. De familiezaken zijn nog niet afgerond, maar ik heb het gevoel dat ik weer ruimte krijg voor mezelf. Op het moment is alles nog blanco. Eerst maar eens een periode van rust en opruimen inlassen. En dan wordt 2014 mijn jaar.

zaterdag 22 juni 2013

Klein geluk in de duinen

Ik kan niet zonder natuur. Met elke stap die ik tussen het groen zet kom ik tot rust en krijg ik weer energie. Gewapend met mijn camera luister ik naar vogels en speur ik links, rechts, in de lucht en naast het pad of ik wat leuks zie: konijntjes, rare insecten, vogels, slakken, of gewoon mooie planten of bloeiwijzen.

Het is druk bij de Oosterplas, zo warm is het niet, maar er wordt volop gezond en gebadderd. Dat is niets voor mij, ik wandel liever. Een vogeltje doorbreekt mijn amechtige beklimming van de Starrenberg. Hij fladdert uit de struik waar ik langsloop en waar hij had zitten zingen. Is het een vink? Ik geloof het toch niet. Met mijn dertig keer zoom schiet ik gauw een foto voor hij weer wegvliegt voor een paar passanten. Met de vogelgids ernaast meen ik eerst dat het een kleine vliegenvanger is met dat grijze hoofd en rode borst, maar als ik verder zoek, concludeer ik dat het een kneu geweest moet zijn, familie van de vink.

Het Vogelmeer lokt, ik neem de lange route. Het bos ritselt. Ik vraag me af of het dan toevallig een bos van ratelpopulieren is, espen, waarvan de blaadjes trillen als een espenblad. Of zijn het gewoon berken? Aan de overkant van de weg loop ik door een dennenbos. Vlak naast het pad liggen twee wijngaardslakken, innig verstrengeld, de lijven tegen elkaar aangeplakt opgericht. Dit is een trage paringsdans. Op mijn knieën en ellebogen fotografeer ik het sensuele liefdesspel van de weekdieren. Dan komt er een blub naar buiten bij de ene, dat ziet er wel heel intiem uit, maar ik fotografeer toch door. Gelukkig maar, want thuis zie ik in de vergroting dat op dat moment ook nog een uitsteeksel bij de ander naar binnen prikt. Ik dacht misschien de ‘liefdespijl’, maar op Wikipedia zie ik dat het de penis van de slak is.

Aangekomen bij het Vogelmeer valt mijn oog op een harige witte vlieg met grote ogen. Ik vind hem niet in mijn insectengids, en probeer het op internet. Maar daarvoor moet ik besluiten tot wat voor familie hij behoort: dazen, roofvliegen? Ik heb geen idee. ‘Harige witte vlieg met grote ogen’ tik ik in de zoekmachine. Dat levert ook weinig bruikbaars op. Met zo weinig beginkennis durf ik hem niet op het forum van waarneming.nl te plaatsen. Maar wel op Twitter. Binnen twee uur komt via via de opmerking dat het een viltvlieg is, familie Therevidae. Met de informatie dat hij in de duinen zat, weet @rvanderweele dat het een zandviltvlieg is, Acrosathe annulata. Wie durft nog te beweren dat Twitter flauwekul is?

Op het Vogelmeer zwemt een zwanenfamilie, en erboven scheren gierzwaluwen. Het zijn er veel, ze komen laag overvliegen, ook over het pad. Na het Vogelmeer steek ik altijd een stuk af, om verderop de rode route weer op te pakken. Langs dit pad zie ik een rups van de grote beervlinder. Een grote langharige rups, om vanaf te blijven, want die haren voorspellen weinig goeds. Verderop zie ik er weer eentje, en weer, ik tel er wel zeven langs het pad. Ik zie trouwens langs de hele route konijntjes. Ze zullen wel jong zijn, want ze zijn niet bang, en blijven goed zitten voor de foto.

Boven mijn hoofd vliegt een buizerd, achterna gezeten door een luid roepende andere vogel. Als hij landt herken ik de kievit. In de verte staan de paarden. Gelukkig geen hooglanders. Die zie ik als ik op het lange rechte pad loop. Vervelende beesten vind ik het, ze doemen altijd plots voor je op als je een bocht om komt, en gaan dan stoer doen omdat ze zelf ook schrikken. Brrr. Ik vermijd ze liever. Ik ben blij als ik, nog flink op afstand, rechtsaf kan slaan. Ik loop fluks door, en kijk schichtig achterom of ze me toch niet achterna komen.

In het laatste deel van de route van vandaag staan veel rozen. De bloemen lijken wel gatenkaas. Het is niet moeilijk te zien hoe dat komt, ze zitten onder de rozenkevers. Op sommige bloemen zit rond de bloemaanzet een fluorescerend oranje laagje. Het is poederig. Wat zou dat zijn, een schimmel? Op Twitter weten ze het zo snel niet, maar na even zoeken vind ik het antwoord bij een afdeling van de KNNV: het is de duinroosroestzwam. En dan komt alsnog antwoord via Twitter, terwijl ik dit blog nog aan het tikken ben.