vrijdag 3 februari 2012

Reddingsactie merel klem in de schutting

De eerste dag sneeuw deze winter. Mijmerend over een formulering, kijk ik uit mijn kantoorraam naar de vogels in mijn tuin. Onder een struik ligt een vetblok, lekker met insecten en fruit, dat de merels zich hebben toegeƫigend, ieder voor zich. Daar hebben de kauwen weinig boodschap aan, en zo af en toe is er geruzie. Nu ook. Een mannetjesmerel is maar op de schutting gaan zitten, terwijl drie kauwen het vetblok aanvallen. Ze schrikken ergens van, en vliegen ook op de schutting. Dat brengt de merel uit zijn evenwicht en ik zie hem zo, al flapperend, ertussenin glijden. Het is een dubbele schutting: dikke staanders met aan weerszijden planken.

In mijn gedachten is de schutting open aan de zijkant, ik kijk gespannen of ik de merel zie verschijnen. Niks. Zou hij er aan de kant van de buren uitgekomen zijn? Ik zie een paar merels bij de buren, ik heb geen idee of de merel uit de schutting daarbij zit.

Het zit me niet lekker, en ik ga kijken. Daar zie ik dat de schutting uiteraard dicht is aan de zijkant, daar zit de buitenste staander. Ik klop eens op de planken en hoor schuifelen. Ach nu toch, het arme beest zit er nog tussen! Of vergis ik me? Ik pak er een opstapje bij en kijk van bovenaf erin. Daar zit de oen. Ik moet denken aan de keer dat ik een merel zag struikelen. Echt vast ter been zijn ze niet.

Wat nu? Kijken of ik hem uit kan graven. Met een schepje graaf ik de sneeuw onderaan weg. Er zit een kleine kier, waar hij steeds zijn snaveltje doorheen steekt. Hij begrijpt misschien dat ik hem probeer te redden. Dat lukt zo niet, onderlangs liggen stoepranden ingegraven. De kier is te nauw voor de merel om zich doorheen te wringen. De buurman komt kijken. Ook aan zijn kant liggen stoepranden.

Ik overweeg een gat in de schutting te zagen. Als niets lukt, is dat de laatste optie. Eerst nog iets anders proberen. Als ik nu eens een soort trappetje kon maken dat hij eruit kon klimmen? In mijn schuur vind ik een stevige balk. Die laat ik in de schutting zakken als een soort loopplank schuin omhoog. De merel begrijpt onmiddellijk het idee, en fladdert paniekerig tegen de balk op, maar die is te glad en hij glijdt weer omlaag. Om hem te helpen haal ik mijn vijvernetje erbij (nog geen vijver, maar het netje heb ik al vanwege de voorpret). Dat is meer dan de merel verdragen kan en hij vlucht om de balk heen naar de andere kant. Dit werkt niet.

Dan maar zagen. Dat gaat niet zo gemakkelijk. De zaag is ook wat bot. Ik word er een beetje moedeloos van. Nog eens denken. Hij gleed omlaag, dus ik moet zorgen dat hij grip krijgt. Touw! Ik wind sisaltouw om een tweede balk. Nu heeft hij een trapje. Ik verruil de gladde balk voor de nieuwe, maar de merel blijft stil zitten. Ik ben bang dat hij wat verzwakt begint te raken, we moeten haast maken. De eerste balk past precies naast de balk met het touw, nu is er geen ruimte meer om erlangs te piepen. Met mijn netje duw ik de merel op, die geen kant op kan, behalve omhoog. Het lukt! Klapwiekend en klimmend werkt hij zich boven de schutting uit. Ik zucht van opluchting.

2 opmerkingen:

  1. wat heb je het merelavontuur weer heerlijk beschreven. ik zag het gebeuren. en wat ben je inventief! ik denk dat jer een vriend voor het leven hebt gevonden want denk maar dat hij het onthoudt.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankjewel! Ik denk niet dat ik hem zou terug zou herkennen, er zitten hier minstens vier mannetjes. Waar ik nog steeds geschokt door ben is het stomme toeval dat ik het zag dat hij erin zakte, als ik het niet had gezien, was hij doodgehongerd en -gevroren.

      Verwijderen